Wat is de betekenis van ZELFKASTIJDING?

1973
2022-10-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zelfkastijding

v. (-en), het straffen van het eigen lichaam.

1950
2022-10-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Zelfkastijding

v. (-en), kastijding van zichzelf.

1937
2022-10-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zelfkastijding

v. zelfkastijdingen (kastijding van eigen lichaam).

1933
2022-10-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zelfkastijding

Al is de waardeering der z. in den loop der eeuwen zeer wisselend geweest, steeds is erkend, dat het vleesch begeert tegen den geest, en achtte men het noodig het lichaam te tuchtigen en onder bedwang te houden. Men heeft tijden gehad, dat het lichaam te uitsluitend gezien werd als vijand en belemmering van den geest, en de geestelijke mensch het l...

Lees verder
1930
2022-10-02
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

zelfkastijding

v. (-en) kastijding, versterving van zichzelf.

1898
2022-10-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZELFKASTIJDING

ZELFKASTIJDING - v. (-en), kastijding van zichzelf; ...KENNIS, v. kennis van zichzelf : tot zelfkennis komen; ...KLINKER, m. (-s), letter die zonder hulp van andere letters uitgesproken wordt, vocaal; ...KOSTEN, mv. de zelf kosten der steenkolen, de prijs zonder eenige winst te berekenen; ...KWELLER, m. (-s), die zichzelf kwelt; ...KWELLING, v....

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten