Synoniemen van Zeik

2019-12-13

Zeik

zie ook dat maakt mij de pis/pies niet lauw: 1 in de - nemen,/zetten; door de - halen, bedonderen, voor de gek houden. Ook wel ‘belachelijk maken; afkammen’. Informele uitdr., wellicht afkomstig uit Rotterdam (o.a. vermeld in Oudenaarden 1986). ... een man met een snor werd in de zeik gezet omdat hij een lui was. (Rinus Ferdinandusse: De bloedkoralen van de bastaard, 1971) Paul de Leeuw kan als cabaretier hard uit de hoek komen, als ‘typetje’ in Snelbinder volstrekt maf doen en als ‘...

2019-12-13

Zeik

Zeik - over de zeik gaan: ergens kwaad om worden. Syn.: over de rooie gaan. Thans ook buiten soldatenkringen gehoord. Dat maakt mij de zeik niet lauw: daar ga ik mij beslist niet over opwinden.

2019-12-13

zeik

zeik - Zelfstandignaamwoord 1. urine die koffie smaakt naar uilenzeik zeik - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeiken ♢ Ik zeik 2. gebiedende wijs van zeiken zeik! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zeiken zeik je?

2019-12-13

zeik

zeik - zelfstandig naamwoord 1. gele vloeistof die via je blaas het lichaam verlaat ♢ er lag allemaal zeik op de vloer 1. in de zeik nemen [voor de gek houden, in de maling nemen] Zelfstandig naamwoord: zeik de zeik Synoniemen pies, pis, plas, urine

2019-12-13

ZEIK

ZEIK (plat), v. pis.

2019-12-13

zeik

zeik - Vloeibare tot halfvaste stof die wordt gemaakt in de nier en wordt afgevoerd door de urineorganen.

2019-12-13

zeik

pis. Stinken naar de zeik.

2019-12-13

zeik

In Leiden noteerde ik op 10 oktober 1999 de verwensing krijg de zeik!, die ergernis, teleurstelling en verachting uitdmkt. zie vallen.