Wat is de betekenis van zegen?

2019
2021-06-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zegen

zegen - Zelfstandignaamwoord 1. (m) het verlenen van een goddelijke of bovennatuurlijke bijstand. Er rustte een zegen op zijn gehele huis. 2. (m) het afroepen van [1] over iemand, met name door een lid van de geestelijkheid. De voorganger eindigde...

Lees verder
2018
2021-06-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zegen

zegen - zelfstandig naamwoord uitspraak: ze-gen 1. woorden waarmee een priester de gunst van God over je afroept ♢ hierbij geef ik u mijn zegen 1. mijn zegen heb je! [ik vind het best wat je van pl...

Lees verder
1981
2021-06-22
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

zegen

gebed of vrome wens, meestal gepaard gaande met gebaren, waardoor een persoon of een zaak onder bijzondere bescherming van God wordt gesteld of aan zijn dienst wordt toegewijd.

1958
2021-06-22
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

ZEGEN

Sleepnet, boven voorzien van kurken drijvers en beneden verzwaard met lood. In het midden van het net is een zak, waarin de gevangen vis zich verzamelt. Het vistuig wordt, na uit een boot te zijn uitgezet, op bepaalde Z.-trekplaatsen tegen de wal ingehaald. De Z.-visserij is beperkt tot de grote meren en wordt alleen in de wintermaanden uitgeoefend...

Lees verder
1955
2021-06-22
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ZEGEN

en vloek waren in de opvatting der ouden magische woorden of handelingen, die dus uit zichzelf geluk of ongeluk brachten. De zegen werd opgevat als een kracht, die uitging van een handoplegging, van een woord of een geschenk, en was hij eenmaal gegeven, dan was hij ook onherroepelijk. Deze opvatting komt o.a. zeer duidelijk tot uiting in Gen. 27 :...

Lees verder
1952
2021-06-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zegen

1. s., seine; er rust geenop, it bidijt net. 2. s.; (visnet), seine; met devissen sein(e)fiskje, -tôgje, -toaije; één keer vissen met de —, seineset.

Lees verder
1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zegen

m., 1. in ’t alg. heilig woord dat overbrenging van weldadige macht bewerkt; in ’t bijz. formule, vergezeld van een teken (kruis) of gebaar, waardoor men Gods gunst en bescherming over iem. of iets wil doen komen: iem. zijn zegen geven; de priesterlijke zegen uitspreken; 2. het toedelen van —, resp. bedeeld zijn met...

Lees verder
1949
2021-06-22
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Zegen

(1), evenals zijn tegenstelling, de vloek of vervloeking, een dikwijls met bepaalde handelingen of gebaren gepaard gaande, plechtig uitgesproken wens-formule met betrekking tot enig persoon of voorwerp. De Z. beoogt daarbij het heil van de (het) betrokkene. Voor het primitieve denken en in de voorstellingswereld der oudheid zijn Z. en vloek reë...

Lees verder
1933
2021-06-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Zegen

→ Visscherij.

1933
2021-06-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zegen

(liturgie), uitgesproken en met het kruisteeken bekrachtigde wensch om Gods zegen over een persoon; deze wensch luidt: U zegene de almachtige God, de Vader, ☩ en de Zoon en de H. Geest. Amen; ofwel: De z. van den almachtigen God, van den Vader, ☩ en den Zoon en den H. Geest, dale op U neer en blijve altijd. Amen. In vereenvoudigden vorm wordt de z...

Lees verder
1919
2021-06-22
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Zegen

eig. het teeken des kruises (signum crucis), dat men over iemand, of op iemands voorhoofd maakt, daarna kreeg het de ruimere beteekenis van zegening, en van geluk, voorspoed enz. Op dat zelfde woord signum gaat sein terug. Een geheel andere afkomst heeft zegen = vischnet, dat ontleend is aan lat. sagena.

Lees verder
1916
2021-06-22
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Zegen

Een groot soort vischnet.

1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Zegen

Het begrip zegen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. zegen - ZEGEN, m. biddend een kruis over iem. of iets maken ; iem. zijn zegen geven; den priesterlijken zegen uitspreken; het uitwerksel van zulk eene plechtige zegening : onder ’s Hemels zegen, onder den goddelijken bijstand; (fig.) hierop is geen zegen, dit gaat niet voorspoedig ; &md...

Lees verder