Wat is de betekenis van Zat?

2026-10-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zat

bn. bw....

2026-10-15
Indonesisch Nederlands woordenboek

W. J. S. Poerwadarminta en dr. A. Teeuw (1950)

zat

1) A wezen (Gods); 2) stof; zat air, waterstof; zat arang,...

2026-10-15
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

zat

zaterdag. zaterdag....

2026-10-15
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

zat

1) (16e eeuw) (inf.) dronken. Vaak aangevuld (ter...

2026-10-15
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zat

zat - Bijvoeglijk naamwoord 1. (informeel) verzadigd, vol,...

2026-10-15
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zat

zat - bijvoeglijk naamwoord, voornaamwoord 1. als je onder...

2026-10-15
Brabants Handwoordenboek

Prof. dr. Jos Swanenberg (2015)

zat

(bn) dronken BM, EK, HP, TM.

2026-10-15
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

zat

- zo zat als een patat, zo zat als een Zwitser, stomdronken.

2026-10-15
Afkortingen woordenboek

redactie Ensie (2000)

zat

zaterdag.

2026-10-15
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc de Coster (1998)

Zat

1. dronken....

2026-10-15
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Zat

adj., sêd, ba, gram; iets — zijn, earne skjin jins nocht fan...

‘Zat’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.