Wat is de betekenis van zaniken?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zaniken

zaniken - Werkwoord 1. hinderlijk ergens over blijven klagen Hij zanikte de hele dag over dat krasje op zijn auto. zaniken - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zanik Synoniemen zeuren Verwante begrippen zanik, zaniker

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zaniken

zaniken - regelmatig werkwoord uitspraak: za-ni-ken 1. er op een vervelende manier telkens weer over praten of om vragen ♢ ze zanikt de hele dag om snoep Regelmatig werkwoord: za-ni-ken ik zanik ...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zaniken

zanikte, heeft gezanikt), gedurig herhalend, aanhoudend en op een vervelende wijze over iets spreken, iets vragen: hij kan zo —.

1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zaniken

(zanikte, heeft gezanikt), gedurig herhalend, aanhoudend en op een vervelende wijze over iets spreken, iets vragen : hij kan zo zaniken ; over iets zaniken ; — om iets zaniken, er voortdurend, dreinerig om vragen, zeuren; lastige of overbodige vragen stellen of opmerkingen maken : wat zanik je nu weer?

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZANIKEN

ZANIKEN, (zanikte, heeft gezanikt), gedurig herhalen, aanhoudend en op eene vervelende wijze over iets spreken, iets vragen: altijd over iets zaniken.