Wat is de betekenis van zanik?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zanik

zanik - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaniken ♢ Ik zanik 2. gebiedende wijs van zaniken zanik! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zaniken zanik je? zanik...

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zanik

m. en v. (-en), iem. die (veel) zanikt.

1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZANIK

ZANIK, m. en v. (-en), hij of zij die zanikt.