Wat is de betekenis van zakken?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zakken

(zakte, heeft gezakt), 1. in zakken doen : het koren zakken; nu de dwerg gezakt, geschouderd, en in de Arno neergesmakt (Staring); 2. in zijn zak steken ; 3. (Zuidn.) (w. g.) de zak geven, wegjagen.

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

zakken

1) (2005) (politie) terug naar de cel moeten. • Ook de politie heeft haar vakjargon. Voor lieden die regelmatig met de politie in aanmerking komen (het koor wordt steeds groter) is het geen geheimtaal. Ze weten het precies. 'Zakken' is terug naar de cel en 'wieberen' is heenzenden op last van de chef. (A.C. Baantjer: Appie Baantjer compleet. 2...