2019-09-18

zaken

zaken - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zaak 2. commerciële activiteiten. Tja, zaken zijn nu eenmaal zaken! zaken - Bijwoord 1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord zakendoen: Hij deed veel zaken met Iran.

Lees verder
2019-09-18

Zaken

zie ook zakendoen: 1 de - hebben, eufemistische uitdr. voor ‘menstruatie hebben’. Endt en Frerichs citeren Van Looy aan AlberdingkThijm, 3 september 1890. Over menstruatie wordt tegenwoordig wel wat openlijker gesproken, maar vroeger verhulden vrouwen hun maandelijkse beslommeringen achter neutrale en soms wel grappige uitdr. Zie ook de clown heefteen bloedneus; de rode racewagen staat voor, de (rode) vlag hangt uit, de vodden hebben; de (vuile) week hebben; het emmetje hebben; het maandroos...

Lees verder
2019-09-18

Zaken

Zaken - volgens het Burg. Wetb. alles, wat bestanddeel van het vermogen zijn kan. Zij worden onderscheiden in lichamelijke en onlichamelijke en de eerste weer in roerende en onroerende. De eerste zijn met de zintuigen waarneembaar, de onlichamelijke niet. Hiertoe behooren o.a. de verschillende rechten.

2019-09-18

Zaken

zie Goederen.