Wat is de betekenis van zakelijk?

2019
2022-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zakelijk

zakelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. zoals dat onder zakenlieden gebruikelijk is Hij benaderde deze geruchtmakende materie een uiterst zakelijke wijze. Woordherkomst Afgeleid van zaak met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-

Lees verder
2018
2022-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zakelijk

zakelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: za-ke-lijk 1. wat met zaken te maken heeft ♢ dit is een zakelijke belasting 2. praktisch en met weinig emoties ♢ je moet dat probleem zakelijk benader...

Lees verder
1973
2022-01-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zakelijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. betrekking hebbend op een zaak of op zaken; een zaak uitmakend: krediet op — onderpand; zakelijke rechtsvordering, vordering betreffende onroerend goed; 2. niet persoonlijk, slechts over zaken handelend: een — onderhoud; — blijven, alleen over de zaak spreken, niet persoonlijk worden, of: zich niet in be...

Lees verder
1952
2022-01-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zakelijk

adj. & adv., saeklik.

1950
2022-01-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zakelijk

bn. bw. (-er, -st), 1. betr. hebbend op een zaak of op zaken ; — een zaak uitmakend : krediet op zakelijk onderpand; — (rechtst.) zakelijk recht (tegenover persoonlijk recht), ben. voor de rechten die onmiddellijke heerschappij over een zaak geven en tegen ieder die daarop inbreuk maakt, beschermd worden, b.v. het e...

Lees verder
1937
2022-01-21
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zakelijk

bn., bw. (degelijk; bondig, wezenlijk, essentieel; objectief, niet-persoonlijk): een zakelijk rapport; iets zakelijk behandelen; zakelijke borgtocht, zekerheidsstelling met onderpand; iem. iets kort en zakelijk mededelen; de zakelijke inhoud v. e. boek, de kern, de hoofdfeiten; de zakelijke omroep te Scheveningen, nl. v. handelsberichten enz.; zake...

Lees verder
1898
2022-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZAKELIJK

ZAKELIJK, bn. bw. (-er, -st), wezenlijk: het zakelijk verschil opgeven; — belangrijk, gewichtig: een zakelijk onderhoud; de zakelijke inhoud van een boek, de hoofdinhoud; — zijn stijl is zeer zakelijk, juist, bondig. ZAKELIJKHEID, v. het wezenlijke, noodige; juistheid van stijl.

Lees verder