Wat is de betekenis van Zak?

2022
2023-01-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

zak

1) (1758) (plat) verkorting van balzak, scrotum. Het WNT haalt volgend raadsel aan: “Waarom jongens bij de geboorte zwaarder zijn dan meisjes? Antw. Omdat een jongen de zak meebrengt.” Vgl. balançoire*; beurs* (zonder naad); eierzak*; inktpot*; knikkerzak*; kulbalg*; portemonnee*; rababbelzak*; tros*; turnzak*; zaadbak*; zaadzak*...

Lees verder
2019
2023-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zak

zak - Zelfstandignaamwoord 1. slappe, vormeloze tas Stop die oude rommel maar in een zak. 2. een plek in kleding waarin kleine spullen kunnen worden meegedragen Waarom hou je dat potlood de hele tijd in je hand, waarom stop je hem niet in je '''zak?...

Lees verder
2018
2023-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zak

zak - zelfstandig naamwoord 1. voorwerp van slap materiaal dat aan een kant open is ♢ we kochten een zak patat 1. iemand onder uit de zak geven [scherpe kritiek op hem geven] 2....

Lees verder
2017
2023-01-27
Journalisten en zetters

Jargon & Slang van Journalisten en zetters

Zak

Zak - openingsregel, -alinea van een lang kranteartikel. Eng. lead.

2017
2023-01-27
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Zak

De holle lijn van de achterzoom in het gevlucht bij pelmolens. Deze was groter dan bij de andere molens. Hekbreedte 170 cm, voorzoombreedte 85 cm.

2010
2023-01-27
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

zak

Straattaal voor ‘balzak’ of ‘scrotum’. Dokters spreken bij een patiënt vaak over ‘(jo)uw balzak’, maar bij andere dokters over ‘het scrotum van de patiënt’. Zie (ook) balzak

Lees verder
2007
2023-01-27
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

zak

onaangename of onnozele vent. Wellicht een verkorting van klootzak. De meeste kinderen vinden hun vader een ouwe zak (hij durft het woord lui niet te gebruiken, want zijn krant heeft nog taboes, zegt hij). (Hitweek, 14/01/1966) Wat motje, ouwe zak! (Ben Borgart, De vuilnisroos, 1972) Martin, je bent een slappe zak... (J.M.A. Biesheuvel, De wereld...

Lees verder
2004
2023-01-27
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

zak

(draag)tas.- plastiekzak, plastic tas. Twee personen, gemaskerd meteen bivakmuts, stapten de kledingszaak binnen en gingen naar de toonbank. Onder bedreiging van een wapen dwongen ze de bediende om geld in een plastiek zak te steken. - LN, 15-01-2003. Een uitzondering is het stamroosje, een gecultiveerde roos op stam. Daar moetje wel boven...

Lees verder
2000
2023-01-27
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Zak

In zak en as, in de rouw; terneergeslagen. ‘Toen Mordekai vernam al wat er gebeurd was, verscheurde Mordekai zijn klederen, hulde zich in zak en as en ging door het midden van de stad, terwijl hij luid en bitter jammerde’, zo verhaalt Ester 4:1 in de NBG-vertaling. Een zak was een rouwgewaad van ruwe stof, dat men droeg om aan te geven dat men rouw...

Lees verder
1998
2023-01-27
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Zak

1. dat/die kan je in je - steken, clichégezegde na een rake opmerking, een steek onder water. Vgl. Engels slang put that inyourpipe and smoke it!; Frans mettez c,a dans votre poche et votre mou- choir dessus! Zie hier een glashelder evangelie dat verlost van veel onnodige bezorgdheid. (Dit kunnen de kerkgangers in hun zak steken!). (Ben Borgart: Bu...

Lees verder
1997
2023-01-27
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

zak

Komische bastaardvloeken werden er gemaakt van bij Gods sacrament(en). Ik noem bij seven sacken krenten en o seuven sacken met krenten. Soms wordt deze verbasterde formule zelfs verkort tot gans seven, gans sacken en wat duysent secken. In al deze gevallen heeft de bastaardvloek zich tot een uitroep ontwikkeld. In...

Lees verder
1990
2023-01-27
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

zak

zak - Grote en flexibele houders van vlas, jute, een andere stof of plastic, gewoonlijk rechthoekig, open aan één kant en bedoeld voor het bewaren en vervoeren van bijvoorbeeld maïs, meel, fruit, aardappels, hout, kolen of andere producten. Gebruik 'tassen (algemene houders)' voor houders van leer, stof, papier waarvan...

Lees verder
1977
2023-01-27
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

zak

zak - scrotum, balzak. O.a. in de parodiërende zin: met je zak in je hand, kom je door het ganse land. Hierbij : zakspanners, eieren, zandruiter, impotente man; eig. ‘ruiter (zie aldaar) die zand bijt, van z’n paard valt’, 'k Was ...zo volspyt, dat dezen zandruiter my zo jammerlyk bedroogen zou hebben, De Openhertige Juf...

Lees verder
1973
2023-01-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zak

m. (-ken), 1. niet-stijf hulsvormig, van onderen en opzij gesloten voorwerp van slappe stof vervaardigd, om iets in te bergen of te vervoeren; (zegsw.) als een — (hangen enz.), gezegd van slecht zittende kleding; met pak en — vertrekken, weggaan en alles meenemen; (gemeenz.) iemand de — geven, hem ontslaan, wegzenden, niets meer v...

Lees verder
1952
2023-01-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zak

s.; (in kleding), bûs(e); linnen of juten —, sek; papieren —, pûde, kladde; (kerkezak), pong; (in muur of dak), krimpe; -ken onder de ogen, pûden, blibzen, blibben, blibbers ûnder de eagen, eachpûden; in -ken doen, (op)sekje; in zijn — steken, b&...

Lees verder
1950
2023-01-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Zak

m. (-ken), 1. niet-stijf hulsvormig, van onderen en opzij gesloten voorwerp van katoen, jute, leder, papier of andere slappe stof vervaardigd, dienende om er iets in te bergen of te vervoeren : handelaar in papieren zakken ; wijn in leren zakken vervoeren; appelen in zakken doen; — (zegsw.) met pak en zak vertrekken, heen...

Lees verder
1937
2023-01-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zak

m. zakken (1 voorwerp v. linnen, jute, leder, katoen enz., om er iets in te bergen of te vervoeren; 2 deel v. e. kledingstuk, waarin men iets bergt; 3 bij verg. van allerlei voorwerpen): 1. een zak voor aardappelen, koren; een papieren zakje, builtje; in zakken doen; zegsw. zie duit, kat, pak, zout; Bijbel: in zak en as zitten, in het grove rouwkle...

Lees verder
1930
2023-01-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

zak

m. (-ken; -je) [Fr. < Lat. saccus] I. Eig. 1. Algm. alleen van boven open omhulsel om iets in te bergen of te vervoeren : graan in een doen; een doeken, juten, katoenen, lederen, linnen, papieren een voor, met aardappelen, koren, steenkolen ; dragen ; -jes plakken voor kruidenierswaren; een baal, een (geld)buidel, een tas zijn soorten van -ken;...

Lees verder
1911
2023-01-27
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Zak

van ’t Germ. sakkus, ontleend aan ’t Hebr. sak, Gr. sakkos, Lat. saccus, Fr. sac. Door den handel op ’t Oosten werd het woord ingevoerd.

1908
2023-01-27
Vivat

Schrijver op Ensie

Zak

als graanmaat, 83.44 liter.