Wat is de betekenis van Zak?

2026-01-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Zak

m. (-ken), 1. niet-stijf hulsvormig, van onderen en opzij gesloten voorwerp van katoen, jute, leder, papier of andere slappe stof vervaardigd, dienende om er iets in te bergen of te vervoeren : handelaar in papieren zakken ; wijn in leren zakken vervoeren; appelen in zakken doen; — (zegsw.) met pak en zak vertrekken, heen...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

zak

1) (1758) (plat) verkorting van balzak, scrotum. Het WNT haalt volgend raadsel aan: “Waarom jongens bij de geboorte zwaarder zijn dan meisjes? Antw. Omdat een jongen de zak meebrengt.” Vgl. balançoire*; beurs* (zonder naad); eierzak*; inktpot*; knikkerzak*; kulbalg*; portemonnee*; rababbelzak*; tros*; turnzak*; zaadbak*; zaadzak*...