Zak
m. (-ken), 1. niet-stijf hulsvormig, van onderen en opzij gesloten voorwerp van katoen, jute, leder, papier of andere slappe stof vervaardigd, dienende om er iets in te bergen of te vervoeren : handelaar in papieren zakken ; wijn in leren zakken vervoeren; appelen in zakken doen; — (zegsw.) met pak en zak vertrekken, heen...