Wat is de betekenis van zaaien?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zaaien

zaaien - Werkwoord 1. (ov) zaad strooien De tuinman ging de tuin zaaien. 2. (ov) veroorzaken of teweegbrengen Hij wilde enkel onrust zaaien.

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zaaien

zaaien - regelmatig werkwoord uitspraak: zaai-en 1. zaad in de grond stoppen of op de grond strooien ♢ we hebben gras gezaaid 1. onrust zaaien [veroorzaken] 2. dat...

Lees verder
1998
2021-01-26
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

zaaien

Op papier sterke paren bij een toernooi zodanig indelen dat de diverse lijnen min of meer gelijk van sterkte zijn.

1981
2021-01-26
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

zaaien

het in de grond brengen van zaad. Met de hand geschiedt het nog wel in de tuinbouw (spinazie), doch graan, bieten, vlas, enz., worden machinaal gezaaid; daardoor liggen de zaden op rijen, op gelijke diepte en op gelijke afstand van elkaar. Naar de tijd van zaaien onderscheidt men winter- en zomerkoren.

Lees verder
1973
2021-01-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

zaaien

(zaaide, heeft gezaaid), (overg.) 1. zaad op de akker strooien (e); (spr.) wie maaien wil, moet —, zonder arbeid krijgt men niets; wat men zaait, zal men ook maaien, men krijgt loon naar werken (Gal.6,7); wie wind zaait, zal storm oogsten, wie kwaad doet, zal ervoor gestraft worden; — naar de zak, de tering naar de nering zetten; die in...

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Zaaien

(zaaide, heeft gezaaid), 1. zaad op de akker strooien : het is nu tijd om te zaaien ; bloemen, gras, koren zaaien ; wijs mij de plaats waar ik gezaaid heb (Multatuli); (spr.) wie maaien wil, moet zaaien, zonder arbeid krijgt men niets ; zaai met handen, niet met manden, wees niet verkwistend met waardevolle zaken: — w...

Lees verder
1949
2021-01-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Zaaien

het in de grond brengen van zaad voor de ontwikkeling van nieuw gewas. Het geschiedt op rijen of in verband (op regelmatige afstand). Het meest aan te bevelen is het Z. op rijen. De grond kan dan makkelijk gehakt worden, bij granen verhoogt het het weerstandsvermogen tegen roest enz. Er bestaan verschillende Zaaiwertduigen. De meest moderne rijenza...

Lees verder
1933
2021-01-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zaaien

Naast een goede grondbewerking en bemesting is vooral het gebruikte zaaizaad en pootgoed van grooten invloed op de opbrengst. Uit de talrijke ter beschikking staande rassen (landrassen of door de kweekers veredelde rassen) zal men die moeten kiezen, welke voor de gegeven omstandigheden van bodem, klimaat enz. het meest geschikt lijken; bestudeering...

Lees verder
1916
2021-01-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Zaaien

Zaaien - het uitstrooien van zaden. Ter verkrijging van een beter resultaat wordt het zaad soms voorbereid. Het wordt b.v. in water geweekt om de ontkieming te bespoedigen, of met een bijtmiddel behandeld ten einde schimmelsporen te dooden ; klaverzaad wordt soms in speciale machines ruw gewreven om aan eventueel aanwezige harde zaden (zie ZAAIZAAD...

Lees verder
1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZAAIEN

ZAAIEN, (zaaide, heeft gezaaid), zaad in den grond strooien : het is nu tijd om te zaaien; bloemen, gras, koren zaaien; (spr.) wie maaien wil, moet zaaien, zonder arbeid krijgt men niets; — gelijk gij zaait, zult gij maaien, gij zult loon naar werken krijgen; — wie wind zaait, zal storm maaien, zie WIND; — oesters zaaien, jonge...

Lees verder