2019-09-16

zaag

Een zaag is een snijgereedschap van staal waarbij driehoekige tanden het werk doen; het te zagen materiaal bepaalt de soort vertanding; bij handgereedschap is er een heen- en weergaande beweging, bij machinegereedschap meestal een doorgaande beweging; m.o. boorzaag, cirkelzaag, decoupeerzaag, figuurzaag, fineerzaag, handzaag, ijzerzaag, kapzaag, lintzaag, schrobzaag, toffelzaag, verstekzaag.

2019-09-16

Zaag

Zaag - 'een grote zaag opzetten': rijden met een grote versnelling. Vgl. ook mes, slagersmes en molen. Fr. appuyer sur la soucoupe, pousser le grand braquet, tirer la grosse mécanique.

2019-09-16

zaag

zaag - zelfstandig naamwoord 1. werktuig met tanden om voorwerpen mee in stukken te verdelen ♢ met een zaag zaagde de timmerman de plank door 1. je moet met een zaag kunnen boren, en met een boor kunnen zagen [in noodgevallen moet je je kunnen behelpen] Zelfstandig naamwoord: zaag de zaag Lees verder

2019-09-16

zaag

zaag - Zelfstandignaamwoord 1. (gereedschap) een gereedschap met een scherp getand metalen blad om voorwerpen in stukken te verdelen zaag - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zagen ♢ Ik zaag 2. gebiedende wijs van zagen zaag! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zagen zaag je?

Lees verder
2019-09-16

Zaag

Zaag (De), is een werktuig tot het snijden of verdeelen van hout, metaal en steen. Men vervaardigt de grootste zaagbladen van ruwstaal en de kleinste van gietstaal. Nadat men ze in vet gehard heeft, laat men de bladen aanloopen, namelijk de metaalzagen stroo- of goudgeel en de houtzagen violet of blaauw. Daarna worden zij door middel van vijlen of beitels van tanden voorzien. Cirkelzagen worden van staalblik met eene schaar gesneden en na het aanloopen zorgvuldig geslepen. Metaalzagen hebben 5 t...

Lees verder
2019-09-16

ZAAG

ZAAG, v. (zagen), platte strook ijzer aan de eene zijde getand en dienende om vaste (inz. houten of steenen) voorwerpen zuiver te verdeden : de tanden, het blad, het handvat eener zaag; — (fig.) m. en v. (zagen), zaniker, zanikster.

2019-09-16

Zaag

Zaag - gereedschap, gereedschapswerktuig of (chirurgisch) instrument voor het zagen van hout, metaal, been, steen, enz. Gereedschap of instrument bestaat uit één bled, d.i. een dunne strook of plaat, hard materiaal (meest gehard gereedschap- of „snel’’-staal), voorzien van (scherpe) tanden, waarvan grootte en vorm afhangt van het gebruik van de zaag. Figuurzaagjes, metaalzaagjes, cirkelzaagbledden, raamzaagbledden hebben twee of meer gaten voor het bevestigen aan beugel of werktuig. Hand...

Lees verder