Synoniemen van wraak

2020-01-27

Wraak

Wraak - → Drift.

2020-01-27

wraak

wraak - Zelfstandignaamwoord 1. het vergelden van doorgemaakt lijden 2. voornemen om het doorgemaakte lijden te vergelden aan de veroorzaker 3. straf 4. uit koers raken wraak - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wraken ♢ Ik wraak 2. gebiedende wijs van wraken wraak! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wraken ...

2020-01-27

Wraak

(moraaltheol.), berokkenen van kwaad of nadeel als straf voor een schuldige daad. De w. kan gewettigd en geoorloofd zijn, wanneer men daardoor de verstoorde orde herstelt of tracht te herstellen, bijv. het verbeteren beoogt van den zondaar, het voorkomen van verdere misdrijven, de beveiliging der anderen, rust en orde in de samenleving, handhaving van de rechtvaardigheid, enz. Zij is ongeregeld en zondig, wanneer zij onrechtmatig is (wanneer de straf onverdiend is of te zwaar, d.i. geen rekening...

2020-01-27

Wraak

Wraak - het door de werking van den wind wegzetten van een zeilschip in een richting dwars op de koerslijn.

2020-01-27

WRAAK

is het berokkenen van kwaad als straf voor een schuldige daad. Zij is een goede daad wanneer zij rechtvaardig is (d.w.z. aangepast aan de schuld en bepaald en toegediend door degene die daartoe het recht heeft) en een werkelijk goed wil dienen (de verbetering van de delinquent, de rust in de gemeenschap, het herstel van de orde). Zij gaat in tegen de liefde wanneer het leed van de ander als doel wordt nagestreefd. De chr. liefde neigt eerder tot vergevensgezindheid dan tot wraak. A. v. R.

2020-01-27

wraak

wraak - zelfstandig naamwoord 1. iets vervelends terugdoen ♢ hij neemt wraak voor al dat geplaag op school Zelfstandig naamwoord: wraak de wraak

2018-12-06

2. WRAAK

2. WRAAK, v. (wraken), (zeew.) drift, hoek van afdrijving.

2018-12-06

1. WRAAK

1. WRAAK, WRAKE, v. begeerte zich te wreken, om ondervonden hoon of kwaad aan den veroorzaker te vergelden of vergolden te zien; die vergelding zelf : iets uit wraak doen; naar wraak dorsten, er naar streven kwaad met kwaad te vergelden; dat roept, schreit om wraak; (in den bijbel) eene straf en verlangen om te straffen, zelfs van God: mij is de wrake.

2018-08-17

wraak van Montezuma

Buikloop of dysenterie, meestal te wijten aan het tropische klimaat en het exotisch voedsel. Britten die in Frankrijk diarree oplopen, spreken vaak schertsend over ‘Napoleon’s revenge’ (de wraak van Napoleon). In Mexico spreekt men over de ‘Mexican twostep’, ‘Mexican fox-trot’ of ‘Mexican toothache’ en minder direct over de ‘curse of Montezuma’. Voor buikloop bij toeristen wordt ook wel eens het eufemisme turista* gebruikt. Mexico is gedeeltelijk tropisch en mede daardoor h...

2018-12-06

WRAKE

WRAKE, zie WRAAK.

2017-03-29

Oog om oog, tand om tand

Kwaad vraagt om wraak.

2020-01-09

Iemand iets betaald zetten

wraak nemen of straffen

2018-12-06

WRAAKZUCHT

WRAAKZUCHT, v. zucht naar wraak.

2017-05-30

wraaklustige

iemand met wraaklust; iemand die op wraak belust is; iemand die op wraak zint; iemand die wraaklust heeft; iemand die zich graag wreekt

2018-12-06

WREKEN

WREKEN, (wreekte, heeft gewroken), wraak nemen over (iets of iem.): eene beleediging, een moord wreken; zijn vriend wreken; zich wreken; — zich door middel van wraak voldoening verschaffen : zich over iets wreken; zich op iem. wreken. WREKING, v. het wreken, wraak.

2019-09-20

criant

(Fr.) om wraak roepend, hemeltergend, schreeuwend ; ~ vervelend, aartsvervelend.

2018-11-22

Rechercheeren

Rechercheeren - (rechercheerde, heeft gerechercheerd), onderzoeken, uitvorschen; wraak nemen.

2019-07-10

Nemesis

Nemesis - v. (fab.) godin der wraak; (fig.) wrekende gerechtigheid

2018-12-06

WREKER

WREKER, m., WREEKSTER, v. (-s), die wraak neemt.

2017-05-30

wraaklustig

vol wraaklust; met wraaklust; wraaklust hebbend; geneigd tot wraak; graag wrekend