2020-01-26

wortelgetallen

wortelgetallen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wortelgetal

2018-09-06

Getal

GETAL, o. (-len), eene hoeveelheid, aantal: het getal der aanwezigen was zeer groot; drieduizend voetknechten boven het gewone getal; de gasten waren slechts drie in getal; — zij kwamen in groot en getale, in groot aantal; — het getal van Judas, het getal dertien — ten getale van vijf, vijf In aantal; bij getale tegen 20% korting, bij twaalftallen, twintigtallen enz. worden (de boeken) met 20% korting geleverd; — (rekenk.) een benoemd, een concreet getal, eene hoeveelheid wier samenstel...