2019-11-22

wortelen

wortelen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wortel wortelen - Werkwoord 1. ergatief wortel schieten Nieuwe natuur is gworteld in de streek. 2. absoluut verankerd zijn, ingeburgerd zijn, zijn oorsprong vinden Die gedachte wortelt nog in het oude heidendom van weleer. Woordherkomst Afgeleid van wortel met het achtervoegsel -en Verwan...

2019-11-22

wortelen

wortelen - regelmatig werkwoord uitspraak: wor-te-len 1. zich met wortels vasthechten in de grond ♢ de plantenstek was na drie dagen al geworteld 2. lijken alsof het met wortels vastzit ♢ de haat was diep geworteld in zijn hart 1. ze stoelen niet op één wortel, maar ze wortelen op één stoel

2019-11-22

WORTELEN

WORTELEN, (wortelde, heeft geworteld), wortel vatten, zich vasthechten; (fig.) de haat is diep geworteld in zijn hart. WORTELING, v. het wortelen, wortelschieten.