Wat is de betekenis van wortelen?

2026-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Wortelen

(wortelde, heeft en is geworteld), 1. wortel vatten, zich met wortels vasthechten; 2. met of als met wortels vastzitten: lijkbleek, vast in den vloer geworteld, staart Graaf Ot hem aan (Staring); de haat is diep geworteld in zijn hart.