Wat is de betekenis van woensdag?

2020
2022-07-04
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

woensdag

derde dag van de week. Voorbeelden: Op woensdag 5 september stemt het Europees Parlement over een richtlijn die voorschrijft hoe het zit met de bescherming van persoonsgegevens in elektronische communicatie. ANP, 31 augustus 2001 De tentoonstelling over Tinbergen wordt woensdag 14 april om 12.45 uur door minister Pronk geopend...

Lees verder
2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

woensdag

woensdag - Zelfstandignaamwoord 1. (tijdrekening), (dag) een dag van de week die na dinsdag en voor donderdag komt Op woensdag hebben leerlingen slechts een halve dag school. Woordherkomst Het eerste lid verwijst naar de Germaanse god Wodan, die gelijk werd gesteld aan Me...

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

woensdag

woensdag - zelfstandig naamwoord uitspraak: woens-dag 1. de derde dag van de week ♢ op woensdag eten we altijd gehakt Zelfstandig naamwoord: woens-dag de woensdag de woensdagen

Lees verder
1997
2022-07-04
Bijbelse eponiemen

Dr. Apeldoorn en Dr. Beijer

Woensdag

Zie Mercurius.

1990
2022-07-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

woensdag

woensdag - De dag na dinsdag en voor donderdag, traditioneel gezien als de vierde dag van de week, maar tegenwoordig ook vaak gezien als de derde. In het Engels, Nederlands en in een aantal andere talen genoemd naar Wodan, de Noordse oppergod. In Romaanse talen genoemd naar de Romeinse 'dag van Mercurius'.

1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Woensdag

m. (-en), de vierde dag van de week. De Germanen noemden de vierde dag van de week naar hun oppergod Wodan. Deze dag was bij de Romeinen aan Mercurius gewijd (vandaar b.v. Fr.: mercredi).

Lees verder
1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Woensdag

s., Woansdei, Wensdei; (zie ook: Dinsdag).

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Woensdag

m. (-en), de vierde dag van de week: Woensdags, op Woensdag.

1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

woensdag

m. woensdagen (vierde dag der week, eig. Wodansdag): des woensdags, Woensdags.

1933
2022-07-04
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Woensdag

naar den Noorschen god → Wodan genoemde 4e dag der week.

1933
2022-07-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Woensdag

de vierde dag der week, in het oude Egypte naar de planeet Mercurius genoemd, werd door de Grieken naar den god Hermes (hèmera Hermoe = dag van Hermes), door de Romeinen naar de met Hermes correspondeerende godheid Mercurius betiteld (dies Mercurii = dag van Mercurius). De laatste benaming vindt men in de meeste Romaansche talen terug. De Ge...

Lees verder
1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WOENSDAG

WOENSDAG, m. (-en), de vierde dag der week; Aschwoensdag, (R.-K.) Woensdag na Vastenavond; des Woensdags, op Woensdag.