Wat is de betekenis van Wit?

2022
2022-08-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

wit

1) (1989) (drugs) cocaïne. Vanwege de witte kleur. Kijk ook onder bruin*. • Wit & bruin is in de wereld van de drugsgebruikers straattaal voor cocaïne en heroïne. (Nieuwe Revu, 4/09/1989) • Shapiro noemt voorbeelden van platen maatschappijen die hun artiesten 'wit' (d.w.z.: met cocaïne) betalen. (het Parool, 27/01...

Lees verder
2020
2022-08-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

wit

Het begrip wit heeft 18 verschillende betekenissen: 1) de lichtste kleur hebbend. de kleur hebbend van ten volle teruggekaatst licht; de lichtste kleur hebbend. 2) zeer licht (gekleurd). zeer licht (gekleurd); zeer licht van kleur; licht van tint. 3) in het wit (gekleed). in het wit (gekleed); met witte kleren; in witte klere...

Lees verder
2019
2022-08-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

wit

wit - Zelfstandignaamwoord 1. (kleur) de lichtste kleur die in principe geen kleur is Heeft u die ook in het wit? wit - Bijvoeglijk naamwoord 1. (kleur) de kleur wit hebbend Hij rijdt in een witte auto. wit - Werkwoord...

Lees verder
2018
2022-08-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wit

wit - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. licht en zonder kleur ♢ de bruid droeg een witte jurk 1. een witte kerst [als er sneeuw ligt] 2. zo wit als sneeuw ...

Lees verder
2017
2022-08-16
Junkies en dealers

Jargon & Slang van Junkies en dealers

Wit

Wit - slangterm voor cocaïne. Witbruin is in·de wereld van de drugsgebruikers straattaal voor cocaïne en heroïne. ...:. Nieuwe Revu 14.9.1989 ​

Lees verder
2016
2022-08-16
OVnet

Begrippenlijst spoortermen

WIT

WIT staat voor vaste WaarschuwingsInstallatie in Tunnels. Een waarschuwingsinstallatie ten behoeve van de persoonlijke veiligheid.

2014
2022-08-16
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

wit

zilvergeld: Nou zag ze tenminste een beetje rood en wit. Want Thijs hield alles weer met een suikerzoet snoetje van onschuld, binnenzaks, QUERIDO 4, 78.

2005
2022-08-16
Harold Hamersma

wijnbegrippen in gewone mensentaal

wit

Wijn gemaakt van blauwe dan wel witte druiven. In het eerste geval laat de wijnboer de schilletjes niet meegisten, in het tweede geval kan dat kleurtechnisch geen enkel kwaad.

2004
2022-08-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

wit

(i) Politiek correcte term voor blank. In de ‘Groene Amsterdammer’ van 28-4-99 stelt John Jansen van Galen dat we sedert Philomena Esseds ‘Alledaags racisme’ blijkbaar niet meer van ‘blanken’ mogen spreken. De term zou ten onrechte lelieblankheid suggereren. Sindsdien onderscheiden we ‘witten’ en ‘zwarten’ (al valt volgens Van Galen niet in te zien...

Lees verder
2004
2022-08-16
Ikonen Lexicon

Geschreven door Karin Braamhorst, 2004

Wit

Wit is de kleur van het licht van God. Wit is de kleur die de goddelijke wereld representeert. Het is de kleur die het dichtst bij het licht zelf ligt, de kleur van degenen die zijn doordrongen van het goddelijke licht. De engelen die naast het graf van Christus zaten zijn in het wit gekleed, net als de engelen die hem begeleiden bij zijn hemelvaar...

Lees verder
2002
2022-08-16
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Wit

De kleur wit kan men opvatten als 'nog geen kleur', als vermenging van alle kleuren van het lichtspectrum of als symbool van de ongerepte en onbeïnvloede onschuld van het paradijs. Witte ongeverfde gewaden als symbool van reinheid en waarheid, vormen in veel culturen de priesterlijke dracht. Nieuwgedoopte christenen droegen witte gewaden en zo word...

Lees verder
1999
2022-08-16
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Wit

Wit - slang voor ‘cocaïne’. → bruin. Wit en bruin is in de wereld van de drugsgebruikers straattaal voor cocaïne en heroïne. Nieuwe Revu, 14-09-89 Shapiro noemt voorbeelden van platenmaatschappijen die hun artiesten ‘wit’ (d.w.z.: met cocaïne) betalen. Het Parool, 27-01-90 De gesprekken gingen nu eens niet over bolletjes wit en bruin, maar over s...

Lees verder
1998
2022-08-16
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Wit

1. de-te dood, journalistencliché voor ‘sterven door een overdosis heroïne’. Vgl. 3. 2. de-te motor, slogan waarmee melk aangepre- zen wordt. Campagnes voor het promoten van deze zuiveldrank zijn er steeds geweest. Velen kennen nog wel de Melkbrigade. In 1958 was er de reclameslogan Met een glas extra nog meer mans. In 1966 werd het met Joris Driep...

Lees verder
1992
2022-08-16
Symbolen

Hans Biedermann

wit

kan men opvatten als ‘nog geen kleur’ of als vermenging van alle kleuren van het Iichtspectrum, als symbool van de nog ongerepte en onbeïnvloede onschuld van het paradijs uit de oertijd of als einddoel van de gelouterde mens, die weer in deze staat is teruggebracht. Witte of in het algemeen ongeverfde gewaden vormen in veel culture...

Lees verder
1990
2022-08-16
BDI

BDI terminologie

wit

in typografie: ruimte tussen letters, woorden en regels en verder alles wat op een pagina onbedrukt blijft.

1977
2022-08-16
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

wit

wit - sperma. Vgl. keuken.

1973
2022-08-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Wit

I. bn. (-ter, -st), 1. (natuurkunde) eigenschap van een lichaam alle kleuren van het spectrum ongeveer even sterk en in voldoende mate terug te kaatsen; (zegsw.) het is de witte wereld, alles is bedekt met sneeuw; witte plekken op de landkaart, niet ingevulde gedeelten, ongeëxploiteerd gebied; de witte vlag, teken van vrede of van overgave; w...

Lees verder
1952
2022-08-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Wit

1. s.n., wyt (it). 2. adj., wyt; zo — als een doek, sa wyt as in kalken muorre.

Lees verder
1951
2022-08-16
Engels

Woordenboek Engels (1951)

wit

I. 1. verstand, vernuft; 2. geest(igheid); 3. geestig man; wits, verstand, schranderheid; the five wits, de vijf zinnen; he has his wits about him, hij heeft zijn zinnen goed bij elkaar; he has quick wits, hij is erg vlug (schrander); be at one’s wit's (wits’) end, ten einde raad zijn; he lives by his wits, hij moet op alle mogelij...

Lees verder
1950
2022-08-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Wit

I. bn. (-ter, -st), kleur van het volle licht, van ten volle teruggekaatst licht: een witte zakdoek; iets wit schilderen ; witte verf ; de witte stukken van een schaakspel; de witte loper, die van de partij die met wit speelt, ofwel de loper van een der partijen die over de witte velden gaat; wit als sneeuw ; witte seringen ; —...

Lees verder