Wat is de betekenis van wijnstok?

2020
2022-08-18
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

wijnstok

druif. klimplant die in vele variëteiten wordt geteeld voor de wijnproductie en een houtachtig stamgedeelte heeft, waaraan ranken met druiventrossen groeien; druivenstok; druif. Vaak ook ter aanduiding van het houtachtige stamgedeelte, met uitsluiting van de vertakkingen of wijnranken. Voorbeelden: Wijnstok. Volledige wet...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wijnstok

wijnstok - zelfstandig naamwoord uitspraak: wijn-stok 1. klimplant waaraan druiven groeien ♢ we hebben een wijnstok tegen het huis Zelfstandig naamwoord: wijn-stok de wijnstok de wijnsto...

Lees verder
2002
2022-08-18
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Wijnstok

In de symboliek vindt men dikwijls de gelijkenis dat Christus de wijnstok is, terwijl de discipelen de druiven voorstellen. Kruis en levensboom worden op monumenten niet zelden als wijnstok voorgesteld.

1981
2022-08-18
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

wijnstok

een met stengelranken klimmende plant, die afkomstig is uit de landen om het oostelijke bekken van de Middellandse Zee. In Europa wordt de meeste wijn in Italië, Frankrijk en Spanje verbouwd, doch de Balkan en Duitsland leveren ook goede soorten. De druiven worden als verfrissend fruit genuttigd; gedroogd komen ze als rozijnen, sultana’s...

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Wijnstok

m. (-ken), Vitis vinifera, plantesoort uit de familie Vitaceae, een houtige klimplant, die de wijndruif levert.

1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Wijnstok

s., druvebeam, wynstôk, -drúf.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Wijnstok

m. (-ken), klimplant ( Vitis vinifera) met handvormige bladeren en onaanzienlijke groenwitte bloempjes, die de wijndruif levert, in een groot deel der warme en gematigde luchtstreek gekweekt, zelden in het. wild groeiend ; — onder zijn wijnstok en vijgeboom zitten, een gerust en onbekommerd leven leiden (1 Kon. 4 : 25).

1949
2022-08-18
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Wijnstok

(Vitis vinifera), houtige klimplant met takranken. Bloemen groen. Besvruchten; in het wild klein, donkerblauw, bij de gekweekte vormen (druiven) allerlei grootte en kleur.

Lees verder
1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

wijnstok

m. wijnstokken (klimplant, waaraan de druif groeit; Lat. vitis vinifera).

1933
2022-08-18
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Wijnstok

Vitis vinifera, plantengesl. v/d fam. Yitaceeën, waarvan de vruchten bekend zijn als druiven. Komt in Armenië en Transkaukasië i/li wild voor, doch het meest gekweekt, nl. in sub-trop. gebied i/d open lucht (tegen berghellingen: wijnbergen) c/i N. streken (o.a. in Ned. i/h Westland) in kassen. Een groot gedeelte v/d druivenproductie...

Lees verder
1916
2022-08-18
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Wijnstok

Wijnstok - Vitis vinifera, een klimplant, die thuis behoort in de bosschen van Armenië en Transkaukasië, waar zij tegenwoordig nog in het wild groeit, zij het ook met kleinere en zuurdere vruchten dan de gekweekte soorten. In zijn vaderland is de wijnstok reeds zeer vroeg door cultiveering veredeld, waardoor de vruchten zoeter werden. Hij groeide v...

Lees verder
1870
2022-08-18
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Wijnstok

Wijnstok (Vitis Tourn.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Ampelideën. Het omvat rankende, vaak hoog opklimmende heesters met tegenover de bladeren geplaatste ranken, gelobde of op verschillende wijzen gedeelde bladeren, tegenover de bladeren geplaatste bloemtrossen met in pluimen of schermen gerangschikte bloemen met 5 of 6 bloe...

Lees verder