Wat is de betekenis van WIJD?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

wijd

wijd - Bijvoeglijk naamwoord 1. met een brede lip 2. met veel ongevulde ruimte 3. met een groot oppervlak 4. ver 5. heel, veelvoorkomend Kachels waren vroeger wijd verspreid voor de verwarming van huizen. wijd - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wi...

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wijd

wijd - bijvoeglijk naamwoord 1. met veel ruimte van zijkant naar zijkant ♢ de deur staat wijd open 1. de deur wijd openzetten voor iets [er alle gelegenheid voor geven] 2. gr...

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

wijd

bn. en bw. (-er, -st), 1. ruim van opening, niet nauw: een fles met wijde hals; zijn ogen — opendoen; 2. wijde kleren dragen; een — uitzicht hebben; (zegsw.) de wijde wereld ingaan, naar vreemde landen trekken (om zijn geluk te zoeken); en zijd, alom; 3. (sport) bij honkbal de aanduiding dat de werper in overtreding is of het spel ver...

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Wijd

bn. bw. (-er, -st), 1. met grote doorsnede, ruim van opening, niet nauw : een wijde opening; een fles met. wijde hals ; de buis moet iets wijder zijn ; — (bw.) zo dat er een ruime opening is : de deur staat wijd open ; zijn ogen wijd openen ; 2. ruim, met veel ongevulde ruimte, tussenruimte : die schoenen zijn mij te wijd...

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WIJD

WIJD, bn. bw. (-er, -st), breed, niet nauw : eene wijde straat; eene wijde opening; de deur staat wijd open; zijne oogen wijd openzetten, — (fig.) de wijde wereld ingaan. naar vreemde landen trekken om zijn geluk te zoeken ; — wijd en zijd, overal, van, op alle plaatsen ; (fig.) iets wijd en breed uitmeten, wijdloopig mededeelen ; &md...

Lees verder
1898
2021-01-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Wijd

zie Breed.