Wat is de betekenis van weten?

2026-06-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Weten

(wist, heeft geweten), 1. kennis hebben van of omtrent, bekend zijn met: weet je waar Lima ligt? dat kon ik niet weten ; iets te weten komen ; ik weet het uit de krant, ik heb het in de krant gelezen; — van wie weet u dat?, wie heeft het u verteld ? ; — van iets weten, er van op de hoogte zijn : daar wist...