Wat is de betekenis van werkelijk?

2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

werkelijk

werkelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet verbeeld Woordherkomst Naamwoord van handeling van werken met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e- Synoniemen waar , waargebeurd, heus Antoniemen onwerkelijk Verwante begrippen werkelijkheid

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

werkelijk

werkelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: wer-ke-lijk 1. precies als in de werkelijkheid ♢ hij noemt zich Leo, maar dat is niet zijn werkelijke naam 1. het is werkelijk waar [het is echt waar]...

Lees verder
1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Werkelijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. wezenlijk bestaand of wel wezenlijk zijnd: een werkelijk gevaar; het werkelijk leven, het leven zoals het in feite is; werkelijke schuld, waarvan rente betaald wordt; (bij uitbreiding) vaste staatsschuld en inschrijvingen op het grootboek; in werkelijke dienst, actief; 2. (bw.) inderdaad, stellig, wezenlijk: het is werkel...

Lees verder
1952
2022-09-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Werkelijk

adj. & adv., wurklik, wier, wêzentlik, wezentlik; het is — waar, it is grounich, strûpende wier, it is wier wier; is het —?, doch?

1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Werkelijk

bn. bw. (-er, -st), 1. wezenlijk bestaand ofwel wezenlijk zijnd wat het zn. noemt: dat is niet werkelijk ; het zijn geen werkelijke stenen, ze zien er alleen maar zo uit; een werkelijk gevaar ; — werkelijke schuld, waarvan rente betaald wordt; (bij uitbr.) vaste staatsschuld en inschrijvingen op het grootboek; &mda...

Lees verder
1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

werkelijk

bn., bw. (wezenlijk, inderdaad): een werkelijk gevaar; ze zijn werkelijk gekomen; mil. in werkelijke dienst, in actieve dienst; een kamerheer in werkelijke dienst; verg. i. b. d.; werkelijke schuld, staatsschuld, waarvan de rente werkelijk betaald wordt; zie i n t e g r a a l; als bevestiging: werkelijk, ik was er niet!

1930
2022-09-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

werkelijk

('werkələk) bn. en bw. (-er, -st) 1. bestaand, wezenlijk : een gevaar; hij is gekomen. Tgst. ingebeeld. 2. aktief : in -e (militaire) dienst. 3. waarvan geregeld rente betaald wordt : de -e staatsschuld. 4. TaaIk. zijnd wat het volgende woord zegt : een gezegde. Tgst. grammatisch.

Lees verder
1898
2022-09-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Werkelijk

Het begrip werkelijk heeft 2 verschillende betekenissen: 1. werkelijk - WERKELIJK, bn. bw. (-er, -st), inderdaad, stellig, wenschelijk, niet denkbeeldig: gelooft gij het werkelijk ? dat is werkelijk verkeerd; hij is net de werkelijke duivel. WERKELIJKHEID, v. het bestaande : met de werkelijkheid rekening houden ; wezenlijkheid : men mag niet uit de...

Lees verder