Synoniemen van wentelen

2020-01-26

WENTELEN

WENTELEN, (wentelde, heeft gewenteld), draaien, keeren rollen : een steen wentelen; iets wentelen en keeren; zich wentelen, zich om (iets) heen bewegen: de hemellichamen wentelen {zich) om hunne assen; zich al liggende omwenden : de paarden wentelen {zich) in het gras. WENTELING, v. (-en), het wentelen, draaiing, keering : de wenteling der aarde om hare as; rolling; slingering.

2020-01-26

wentelen

wentelen - regelmatig werkwoord uitspraak: wen-te-len 1. het in tegenovergestelde richting brengen ♢ hij wentelde de steen zodat we de onderkant konden zien Regelmatig werkwoord: wen-te-len ik wentel jij/u wentelt hij/zij wentelt wij/zij/jullie wentelen

  • 2020-01-26

    Wentelen

    zie Draaien.

    2020-01-26

    wentelen

    wentelen - Werkwoord 1. (onovergankelijk) om een as of steunpunt draaien 2. (onovergankelijk) (wiskunde) een cirkel beschrijven in een vlak loodrecht op een lijn 3. (ov) (formeel) draaien, in de rondte laten bewegen Woordherkomst (freqtt) wenden met het achtervoegsel -el of afgeleid van welteren "wentelen, rollen"

    2020-01-26

    wentelen

    (onov ww; wentelde; is gewenteld) DG - om een steunpunt draaien, bv. een breaker die steunend op een in de buik gezette arm op de grond rondwentelt.

    2017-10-31

    wentelen om

    wentelen om - Werkwoord 1. meervoud tegenwoordige tijd van omwentelen Woordherkomst uit wentelen (werkwoord) en om(bijwoord), hiertussen kunnen nog andere woorden staan

    2017-10-31

    wentelen af

    wentelen af - Werkwoord 1. meervoud tegenwoordige tijd van afwentelen

    2019-04-28

    Draaien — drillen — keeren — wenden — wentelen

    Keeren en wenden duiden eene beweging aan, waardoor iets in een anderen stand wordt gebracht. Keeren drukt meer uit dat iets of iemand een tegenovergestelden stand aanneemt of in een tegenovergestelden stand gebracht wordt. In zooverre kan men dan ook zeggen: hoe ik de zaak ook wend of keer. Wend het roer naar stuurboord! Zich naar het vuur keeren. Wentelen geeft eene herhaalde wending, en daarenboven eene door dat herhaalde wenden veroorzaakte beweging te kennen, zoodat het dus ongeveer in deze...

    2019-09-19

    volveren

    wentelen, wikkelen, rollen.

    2018-09-06

    Gewentel

    GEWENTEL, o. het telkens of aanhoudend wentelen.

    2018-11-29

    Rondwentelen

    Rondwentelen - (wentelde rond, heeft rondgewenteld), met veel moeite ronddraaien ; in het rond wentelen.

    2018-09-02

    Ellipsoïde

    ELLIPSOÏDE, v. (-n), (meetk.) lichaam ontstaande door het wentelen van eene ellips om eene harer assen.

    2019-01-17

    Achterkop

    Achterkop - de achterste der beide vaste punten, waartusschen de kunstdraaier het te draaien voorwerp laat wentelen.

    2018-09-02

    Evolueeren

    EVOLUEEREN, (evolueerde, heeft geëvolueerd), draaien, zwenken; wentelen; verschillende ontwikkelingsvormen doormaken: overal bestaan behoudende en evolueerende krachten.

    2018-12-13

    Draaien

    Draaien, - 1) wentelen om een as, welke samenvalt met de hartlijn van het lichaam of evenwijdig daarmede daarbuiten ruimte ligt; 2) bewerken van voorwerpen door middel van een beitel op een draaibank ten einde ze nauwkeurig den vorm van een omwentelingslichaam te geven. De voorwerpen kunnen van hout of metaal zijn; bij metaaldraaien wordt gewoonlijk een grootere graad van nauwkeurigheid verlangd. De beitel wordt bij het draaien van hout veelal uit de hand geleid, overigens door of door middel va...

    2018-11-22

    Poel

    Poel m. (-en), moeras, stilstaand water, diepte; vijver; — (fig.) afgrond, onheil: een poel van jammeren; in een poel van onreinheid zich wentelen.

    2018-09-13

    Inwentelen

    INWENTELEN, (wentelde in, heeft en is ingewenteld), naar binnen wentelen; (gew.) weder instorten (in eene ziekte). INWENTELING, v. (-en).

    2018-05-07

    revolutus

    revolútus (-a, -um), - van Lat. revolvĕre (van re, terug; volvĕre, draaien, wentelen), terugdraaien, (zich) terugbuigen: teruggebogen, ruggelings omgerold.

    2018-05-07

    revolvens

    revólvens, - van Lat. revolvĕre (van re, terug; volvĕre, draaien, wentelen), terugdraaien, (zich) terugbuigen: terugbuigend, teruggebogen.

    2018-11-01

    Omwentelen

    Omwentelen (wentelde om, heeft en is omgewenteld), in de rondte wentelen, aanhoudend omwenden of omdraaien: welke is de kracht, die de hemellichamen omwentelt?; nadat hij het rad eenige malen omgewenteld had; — zoodanig wentelen, dat iets een anderen stand bekomt: die gebakjes moeten in de pan aanhoudend omgewenteld worden, om niet te branden; — zich omwentelen, zich om zijne as wentelen: de geheele hemel schijnt zich alzoo in een etmaal om te wentelen; — zich gedurig zóó om en om wenden...