Wat is de betekenis van WEMELEN?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

wemelen

wemelen - Werkwoord 1. absoluut door elkaar heen bewegen De kevers wemelden over de mesthoop. 2. (onpr) ~ van: in grote getale aanwezig zijn Buiten ons zonnestelsel wemelt het waarschijnlijk van de zwerfplaneten. 3. (ov) boren met een we...

Lees verder
2018
2022-08-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wemelen

wemelen - regelmatig werkwoord uitspraak: we-me-len 1. er vol van zijn ♢ het wemelt hier van de vliegen Regelmatig werkwoord: we-me-len het wemelt zij wemelen ...

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Wemelen

(wemelde, heeft gewemeld), 1. zich her en der gedurig door elkaar bewegen, krioelen: het wemelen der muggen boven een plas; 2. de straten wemelden van mensen.

Lees verder
1952
2022-08-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Wemelen

v., wim(m)elje, wimerje, grim(m)elje, wrimelje, tsjispelje, kriel(j)e; — van, (op)tille, wippe, stjonke, sweve fan.

1950
2022-08-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Wemelen

(wemelde, heeft gewemeld), 1. zich her en der gedurig door elkander bewegen (kruipen, lopen, vliegen enz.), krioelen : het toemelen der muggen boven een plas ; een wentelende drom van gasten (Potgieter); 2. wemelen van, geheel gevuld zijn met, krioelen van : de straten wemelden van mensen; het wemelt daar van de miere...

Lees verder
1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

wemelen

wemelde, h. gewemeld (zich rusteloos door elkander bewegen, krioelen; overvloedig voorhanden zijn): het wemelde er v. mensen, d.i. krielen, door elkaar bewegen; fig. het opstel wemelt v. fouten, krioelt.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WEMELEN

WEMELEN, (het wemelde, heeft gewemeld), door elkander zich bewegen (b.v. kruipen, loopen, vliegen enz.), krioelen: de straten wemelden van menschen; het wemelt daar van de mieren; — (fig.) in overvloed voorhanden zijn: zijn opstel wemelde van fouten. WEMELING, v. het wemelen, gewemel.

Lees verder
1573
2022-08-18
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

wemelen

1. sax. sicamb. Perforare terebra, terebrare. 2. Circumagere, obuersare, circumuersare: & Circumagi, obuersari, circumuersari: micare: interpositis interuallis moueri: & Palpitare: frequenter & leuiter mouere.

Lees verder