Wat is de betekenis van weggaan?

2020
2021-05-07
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

weggaan

Het begrip weggaan heeft 4 verschillende betekenissen: 1) een plaats verlaten. zich verwijderen van de plaats waar men zich bevindt; de plaats waar men zich bevindt verlaten. 2) definitief verlaten. een partner, een werkmilieu, een gebied e.d. definitief verlaten. 3) verdwijnen. ophouden te bestaan; verdwijnen. 4) verkoch...

Lees verder
2019
2021-05-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

weggaan

weggaan - Werkwoord 1. ergatief zich ergens vandaan begeven We moeten nu echt weggaan, anders komen we niet meer op tijd. 2. ergatief uitgaan, feesten Wilde jij vanavond nog weggaan? 3. ergatief uit een relatie stappen ...

Lees verder
2018
2021-05-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

weggaan

weggaan - onregelmatig werkwoord uitspraak: weg-gaan 1. van deze plaats vandaan gaan ♢ gisteren was Jan hier, maar vanmorgen is hij weggegaan Onregelmatig werkwoord: weg-gaan ik ga weg (... ik wegga) ...

Lees verder
2004
2021-05-07
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

weggaan

Sterven. Vaak in overlijdensberichten: heden is van ons weggegaan,... Vgl. heengaan*. Heden is tot ons groot verdriet, en ten gevolge van een smartelijk verkeersongeval, van ons weggegaan: Gaston Pardon, 1998-2000. De Standaard der Letteren, 27-04-2000

Lees verder
1997
2021-05-07
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

weggaan

Het WNT, deel xxv, kolom 382, kent de verbinding weg met (iets)! Het gaat dan om een uitroep van woede, afkeer, ergernis, opwinding, verachting e.d. voor de genoemde zaken. In deel vii, stuk 2, kolom 5862, sub kous (I) lezen wij dat met je zijden kousen soms gebezigd wordt als grappige toevoeging bij een imperatief van een werk...

Lees verder
1973
2021-05-07
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

weggaan

(ging weg, is weggegaan), 1. vertrekken: de anderen zijn al weggegaan; hij is van ons weggegaan, gestorven; ga weg!, loop heen!, dwaasheid!, te gek!; 2. opzeggen: de huishoudster gaat weg.

Lees verder
1952
2021-05-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Weggaan

v., fuortgean, -tsjen, -stekke, ôfsette, -stekke, -sakje, útstekke, -strike; (te voet), ôfstappe, -skonkje, de stap sette; stilletjes —, útknipe, der tusken út gean; onverrichterzake —, ôfdrosse, -krosse, -marskje, -loev(j)e, opdrosse, -krosse.

1950
2021-05-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Weggaan

(ging weg, is weggegaan), 1. heengaan,, zich verwijderen, vertrekken: de anderen zijn reeds weggegaan ; — uit een dienst gaan : de huishoudster gaat weg ; hij is van ons weggegaan, gestorven ; 2. verdwijnen : die vlakken gaan niet weg.

Lees verder
1898
2021-05-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WEGGAAN

WEGGAAN - (ging weg, is weggegaan), heengaan, zich verwijderen, vertrekken : de anderen zijn reeds weggegaan: verdwijnen : die vlakken gaan niet weg.