Wat is de betekenis van Weg?

2020
2021-04-20
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

weg

Het begrip weg heeft 8 verschillende betekenissen: 1) grondstrook voor verkeer. strook grond van zekere, vaak aanzienlijke lengte die men gebruikt voor verkeer van personen en voertuigen en die men daartoe meestal effent en voorziet van een harde bovenlaag. 2) route. route die iemand of iets volgt of moet volgen om ergens te komen; t...

Lees verder
2018
2021-04-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

weg

weg - bijwoord, zelfstandig naamwoord 1. wat je niet meer kunt vinden ♢ ik heb overal gezocht maar mijn pen is weg 1. dat is nooit weg! [dat komt later wel van pas] 2. er ver...

Lees verder
2018
2021-04-20
Centraal Bureau voor de Statistiek

Begrippenlijsten van het CBS

Weg

Verkeersweg op verharde ondergrond, behalve spoorwegen en start- en landingsbanen, toegankelijk voor het openbaar verkeer en hoofdzakelijk bestemd voor motorvoertuigen voor het wegverkeer. Bron: Eurostat manual.

Lees verder
2017
2021-04-20
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Weg

Weg - 'weg zijn': met de bal aan de voet wegsprinten in de richting van het doel. Men is dus weg voor zijn tegenstanders. 'De weg kruisen': plotseling tussen de tegenstander en de bal gaan lopen. Wordt beschouwd als obstructie.

2009
2021-04-20
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

weg

(de; -en) AL - smalle strook grond in een landschap, gebruikt en geschikt gemaakt voor het verkeer, de verbinding van de ene plaats tot de andere: (wedstrijd) op de weg; reuzen van de weg, wielrenners. → baan

Lees verder
2000
2021-04-20
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Weg

De weg, de waarheid en het leven, omschrijving van God of van het ware (christelijke) geloof; (fig., ironisch) volmaakt persoon; de enig mogelijke opvatting of handelwijze. Jezus bereidde zijn discipelen voor op zijn naderende dood en zei hun dat hij heen zou gaan om ervoor te zorgen dat zij zich later bij hem zouden kunnen voegen. ‘Toen zei Tomas:...

Lees verder
1998
2021-04-20
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

weg

In het bezit van de tegenpartij. In uitdrukkingen als ‘er zijn twee azen weg’ (wat op weg naar slem door azenvragen aan het licht kan komen).

1998
2021-04-20
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Weg

de - van alle vlees gaan, zie vlees.

1997
2021-04-20
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

weg

In een Gentse tekst, Statuten en ledenlijst van de broederschap van Sint-Jacob [1270] komt de volgende zin voor: “deze goede liede die hir ghecoren sijn ebben ghesworen bi haren weghe die si sancte Jacobs daden in galissien.” De eedformule zweren bi haren weghe enz. betekent ‘bij de pelgrimstocht die zij ondernamen n...

Lees verder
1984
2021-04-20
Milieu-encyclopedie

Oosthoek milieu-encyclopedie

weg

In de wegenbouwkunde wordt een weg gedefinieerd als een strook grond ingericht voor het berijden met voertuigen. Ter geruststelling wordt er dan wel aan toegevoegd dat bij weinig verkeer de natuurlijke grondslag voldoende sterk is om het verkeer te dragen. Voorts wordt gesteld dat een weg bijna altijd ‘gebaand’ zal moeten worden, d.w.z....

Lees verder
1973
2021-04-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

weg

m. (-en), 1. gebaande strook in het terrein ten behoeve van landverkeer, de verbinding van de ene plaats tot de andere (e): een aanleggen; een holle —, die veel lager is dan de grond aan weerskanten, ravijn; een bedekte —, waar men tegen het vuur van de vijand is beschut; (zegsw.) dat is zo oud als de naar Kralingen, de — naar Rom...

Lees verder
1954
2021-04-20
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Weg

van de Stad naar het Oosten, liep over Harkstede, Scharmer, Slochteren, Scheemda en Finsterwolde naar Leer. Deze oude weg is nog duidelijk te herkennen, vlak ten O. van de kerk van Slochteren; het land waarover hij liep heet nog altijd de Olle Weg, ofschoon 't nu bouwland is. Zie ook 't Hemeltje.

Lees verder
1952
2021-04-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Weg

1. s., wei, pl. wegen; dyk, paed (it); — die alleen des zomers bruikbaar is, simmerdyk, -wei; onverharde —, modderdyk; doorlopende —, trochwei, -dyk; de — op, de dyk út; op —, op ’en paed; op — gaan, de stap sette, jin ôfjaen; op &mdash...

Lees verder
1950
2021-04-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Weg

m. (-en), 1. (concr.) smalle strook grond in een landschap, gebruikt en geschikt gemaakt voor het verkeer, de verbinding van de ene plaats tot de andere: een weg aanleggen ; gebaande wegen; de weg naar Delft; een brede, een smalle, een drukke, een geasfalteerde weg; een weg met bomen; vgl. straat-, spoorweg; — d...

Lees verder
1933
2021-04-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Weg

langgestrekte terreinstrook, bestemd en geschikt voor het verkeer. De oudste w. zijn ontstaan door het gebruik door dit verkeer zelf (voetpaden, karresporen), dat de vegetatie over deze strooken vernietigde en de bovenlaag van den grond min of meer verhardde door samenpersing. Reeds spoedig evenwel werden speciale kunstmiddelen tot verbetering van...

Lees verder
1916
2021-04-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Weg

Weg - De erfdienstbaarheid van voetpad geeft het recht om te voet over het bezwaarde erf te gaan, die van rijpad of dreef om daarover te paard te rijden of beesten te drijven, die van weg om er met een wagen, een rijtuig, enz. over te rijden. Indien de breedte van het voetpad, van de dreef, of van den weg niet bij den titel van vestiging is bepaald...

Lees verder
1898
2021-04-20
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Weg

zie Baan, zie Gang.

1898
2021-04-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Weg

Het begrip weg heeft 4 verschillende betekenissen: 1. weg - WEG - m. (-en), pad , gebaand gedeelte gronds (geschikt om beloopen of bereden te worden); inz. tot verbinding van twee plaatsen : groote, gebaande weg; de weg naar Delft; — een holle weg, weg die veel lager is dan de grond aan weerskanten, ravijn; — een bedekte weg, waar men...

Lees verder