Wat is de betekenis van WEELDERIG?

2024-02-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

weelderig

weelderig - Bijvoeglijk naamwoord 1. uitbundig groeiend De weelderige plantengroei van het regenwoud vormt een schril contrast met de kaalheid van de grond die achterblijft wanneer het gekapt wordt. Woordherkomst afgeleid van weelde met het achtervoegsel -erig Verwante begripp...

2024-02-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

weelderig

weelderig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: weel-de-rig 1. waar veel bij hoort, uitgebreid ♢ zij leiden een weelderig leven Bijvoeglijk naamwoord: weel-de-rig ... is weelderiger dan ... ...

2024-02-21
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

weelderig

ruim, oorvloedig; baie ryk; pragvol.

2024-02-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Weelderig

adj. & adv., weelderich, wielderich; (van planten), bluisterich; hij is —, de breakrommels, grôtskerlen stekke him.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-21
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

weelderig

bn., bw. (weelde tonende, ruim, overvloedig, in grote pracht; zeer rijk; ong. wulps): een weelderig leven, in overdaad; weelderige plantengroei, rijk.

2024-02-21
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

weelderig

('we:ldәrәch) bn. en bw. (-er. -st) 1. ruim. overvloedig. 2. in overdaad: leven. Syn.→: dartel. 3. jong, vurig: een paard. 4. zinnelijk, wulps, wellustig: -e zeden. 5. rijk: een -e plantengroei.

2024-02-21
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Weelderig

bn. en bw. (-er, -st), 1. rijk, overvloedig (al of niet met pracht gepaard): weelderige plantengroei; rijk, vol ontwikkeld: weelderige vormen; 2. luxueus: weelderig ingerichte zalen; zijn kinderen weelderig opvoeden; 3. wulps, wellustig.

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

WEELDERIG

WEELDERIG - , soms WEELDIG, bn. bw. (-er, -st), ruim, overvloedig, in groote pracht: weelderige plantengroei; weelderig ingerichte zalen; — in overdaad : een weelderig leven leiden; zijne kinderen weelderig opvoeden; — jong, vurig : een weelderig paard; — vurig, zinnelijk : een weelderig jongmensch; — wulpsch, wellustig :...

2024-02-21
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Weelderig

zie Dartel.