Wat is de betekenis van WEB?

2019
2022-08-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

web

web - Zelfstandignaamwoord 1. spinnenweb 2. (informatica) netwerk ook (verkorting van) world wide web, (internet)

Lees verder
2019
2022-08-08
FOD Economie

economie.fgov.be

Web

Web - Afkorting voor World Wide Web. Zie aldaar.Web 2.0 Web 2.0 verwijst naar de tweede generatie van onlinediensten die de samenwerking en het delen van informatie tussen internetgebruikers moeten vereenvoudigen.

Lees verder
2018
2022-08-08
Centraal Bureau voor de Statistiek

Begrippenlijsten van het CBS

WEB

Zie: Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)

2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

web

web - zelfstandig naamwoord 1. netwerk van draden, door een spin gemaakt ♢ de spin had een groot web gemaakt voor het raam 2. wereldwijd netwerk van computers ♢ ik heb dit recept op het web gevonden ...

Lees verder
2016
2022-08-08
MBO Raad

Begrippenlijst MBO Raad

WEB

WEB staat voor wet educatie en beroepsonderwijs: regelt het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.

2001
2022-08-08
Internet woordenboek

Uitgave 2001 [draft]

web

Verkorte aanduiding van het World Wide Web.

1990
2022-08-08
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

web

web - Te gebruiken voor het dunne zijdeachtige materiaal dat wordt gesponnen door spinnen en de larven van sommige insecten.

1973
2022-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Web

o. (-ben), 1. spinneweb; 2. net: het web van wegen.

Lees verder
1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Web

s.n., (spin)reach (it), web (it), webbe.

1951
2022-08-08
Engels

Woordenboek Engels (1951)

web

1. web; bindweefsel; weefsel; 2. (zwem)vlies; 3. vlag [v. veer]; 4. wang.

Lees verder
1950
2022-08-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Web

(-ben), WEBBE, v. en o. (-n), 1. (veroud.) weefsel, stuk linnen : zij meet, wat van haar webbe nog tot koopwaar overschiet (Staring); wij (de Walkyren) weven, wij weven de webbe des Slags (id.); 2. spinneweb.

Lees verder
1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

web

o. webben (1 weefsel; 2 net der spin): 1 het web wacht op den koopman, rol linnen; 2 deze webben zijn rad- of trechtervormig.

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WEB

WEB - (-ben), WEBBE, v. o. (-n), weefsel, stuk linnen; spinneweb, weefsel dat de spin vervaardigt en waarin zij verblijf houdt; — baard van eene veer; (zeew.) een web scheren, zie WEBSCHEREN. WEBBETJE, o. (-s).

Lees verder
1856
2022-08-08
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Web

z.n.v. - De scheepstimmerlieden noemen een web scheren, wanneer zy de latten spijkeren, naar welke het beloop van een schip moet gemaakt worden.