Wat is de betekenis van Watergang?

2019
2021-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

watergang

watergang - Zelfstandignaamwoord 1. natuurlijk of kunstmatig kanaal waarlangs water vervoerd kan worden Rivieren en beken zijn natuurlijke watergangen, en kanaal|kanalen, tochten, weteringen, vaarten, grachten, waterleidingen, openleidingen, gangen, wijken, prielen, geulen, waterloop|waterlopen, mond...

Lees verder
2017
2021-01-17
Bodemrichtlijn

Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit

Watergang

Watergang is een lijnvormig object dat water voert.

2017
2021-01-17
Portaal Natuur en Landschap

Schrijver op Ensie

Watergang

Een watergang is een samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, de bijbehorende bodem, oevers, en flora en fauna. Een watergang of waterloop is een – min of meer – lijnvormig watervoerend object met vrij wateroppervlak.

Lees verder
1982
2021-01-17
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

WATERGANG

Waterloop t.b.v. de afwatering. Op Walcheren heten de hoofdwatergangen, waarin de → sprinken uitmonden, watergang; zij zijn grotendeels natuurlijke wateren en kregen de namen van dorpen of steden vanwaar ze kwamen of waarlangs ze liepen, bijv. Biggekerksche, Domburgsche, Vlissingsche Watergang.LITERATUUR Beekman, De wateren, 235. Sch&o...

Lees verder
1973
2021-01-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

watergang

m. (-en), 1. afwateringssloot; 2. smalle gang tussen twee belendende huizen voor het opvangen van dakwater; 3. (scheepsbouw) dikke plank aan weerszijden van het scheepsdek en dienend voor de afvoer van regenof buiswater.

Lees verder
1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Watergang

v. (-en), 1. loop van water, opening of koker waar water door kan stromen : een uitwateringssluis met drie watergangen ; — sloot; 2. (zeew.) dikke plank aan weerszijden van het dek aangebracht, waartoe zij mede behoort.

Lees verder
1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WATERGANG

WATERGANG - v. (-en), loop van het water; eene uitwateringssluis met 3 watergangen, openingen; de afmetingen der sluizen en watergangen, tochtslooten; — (zeew.) dikke plank die aan weerszijden van het dek is aangebracht, tot hetwelk zij mede behoort; ...GARF, v. (...ven), watersprong welks stralen schoofvormig opstijgen.

Lees verder