Wat is de betekenis van wakker?

2019
2021-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

wakker

wakker - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet in slaap, op Synoniemen op Verwante begrippen helder

Lees verder
2018
2021-05-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

wakker

wakker - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: wak-ker 1. niet slapend ♢ Jan slaapt nog, maar Piet is al wakker 1. klaar wakker [heel erg wakker] 2. wakker liggen...

Lees verder
2017
2021-05-18
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Wakker

1. Patroniem op basis van de voornaam Wakker (Wackar), van oudsher een Germaanse persoonsnaam i.v.m. de oorspronkelijke betekenis 'wakend, waakzaam'. 2. Bijnaam op basis van het (zelfstandig gebruikte) bijvoeglijk naamwoord 'wakker' (dts. wacker): de wakkere, die monter of dapper is.

Lees verder
1998
2021-05-18
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Wakker

in de uitdr. daar kun/magje me ’s nachts voor wakker maken: daar ben ik al tij d voor te vinden. Cliché-uitdr. Je kan me d’r midden in de nacht voor wakker maken. / Het kan me niet schelen want ik vind het veel te fijn. / Je kan me d’r midden in de nacht voor wakker maken. / Ik doe het met liefde zonder enig centje pijn. (Frans Halsema: Onder de wo...

Lees verder
1973
2021-05-18
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

wakker

bn. en bw., 1. niet slapend: iemand — schudden, door schudden wekken; — worden, ontwaken; ergens niet — van liggen, zich er geen zorgen over maken; 2. levendig, kloek, flink: een wakkere knaap.

Lees verder
1952
2021-05-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Wakker

adj. & adv., wekker, to wekker; bijna niet — kunnen worden, in ein, fier wei komme moatte; (levendig), fyf, kibich, helder, hertlik.

1950
2021-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Wakker

bn. bw., 1. niet slapend: wakker zijn; word eens wakker! wakker liggen ; iem. wakker schudden, door schudden wekken ; ook fig. ; wakker worden, ontwaken ; — (spr.) slapende honden moet men niet wakker maken, zie Hond ; — fig. : iets bij iem. wakker maken, de herinnering aan iets wekken ofwel een...

Lees verder
1898
2021-05-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WAKKER

WAKKER - bn. bw. niet slapend: wakker zijn; wakker worden, ontwaken; — iets bij iem. wakker maken, iem. iets herinneren; — (spr.) slapende honden moet men niet wakker maken, dingen, die lang geleden zijn, moeten in het vergeetboek blijven; — waakzaam : hij is altijd even wakker; —, (-der, -st), vlug, bekwaam : een wakkere...

Lees verder
1898
2021-05-18
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Wakker

zie Dapper.