Wat is de betekenis van waarloos?

2019
2021-08-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

waarloos

waarloos - Bijvoeglijk naamwoord 1. (scheepvaart) (van alles wat als reservemateriaal ingescheept wordt) vervangend 2. zonder toezicht, onachtzaam Woordherkomst afgeleid van waar (stam van het verouderde werkwoord waren) met het achtervoegsel -loos Verwante begrippen [1] waarzeil

Lees verder
1973
2021-08-02
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Waarloos

Belg. deelgemeente in prov. en arr. Antwerpen, 4,72 km2,1560 inw. (56 % woonforensen). Grasland en graanteelt op zandleemgronden.Sinds 1.1.1977 maakt Waarloos deel uit van de gemeente →Kontich.

Lees verder
1950
2021-08-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Waarloos

bn., 1. (gew.) zonder toezicht, zonder bescherming : waarloos rondlopen; 2. (zeew.) gezegd van al wat als reserve ingescheept wordt om een voorwerp van gelijke aard te vervangen: waarloos rondhout; waarloze zeilen.

Lees verder
1933
2021-08-02
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Waarloos

Gem. in de Belg. prov. Antwerpen; opp. 472 ha; ca. 1 275 inw. (vnl. Kath.). Leem- en zandgrond. Brouwerijen.

Lees verder
1910
2021-08-02
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Waarloos

Waarloos - al wat ingescheept wordt om onbruikbaar geworden voorwerpen van gelijken aard te kunnen vervangen, (touwen, zeilen, ankers, rondhout, enz.)

1898
2021-08-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

WAARLOOS

WAARLOOS - bn. zonder toezicht, zonder bescherming : waarloos rondloopen; — (zeew.) al wat ingescheept wordt om een voorwerp van gelijken aard te vervangen: waarloos rondhout; waarloos touw.

Lees verder