Wat is de betekenis van waard?

2019
2021-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

waard

waard - Zelfstandignaamwoord 1. (m) (beroep) de baas van een herberg of van een taveerne 2. (f)/(m) (aardrijkskunde) vlak land in een rivierengebied, (uiterwaard) 3. (m) (dierkunde) nevenvorm van "woerd" mannetjeseend waard - Bijvoeglijk naamwoord 1. predicatief: ~ zijn in ge...

Lees verder
2018
2021-06-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

waard

waard - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord 1. wat het aan geld op kan brengen ♢ hoeveel is dat horloge waard? 1. dat is geen cent waard [niets waard] 2. dat is niet de...

Lees verder
2004
2021-06-24
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Waard

Algemene benaming voor het 'mannetje van de Eend' [vD 1904]; heterofoon van Woerd ← en Woord.

1981
2021-06-24
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

waard

1. laaggelegen land tussen rivieren, dat meestal uit vruchtbare, maar ook vaak te natte grond bestaat, b.v. de Hoekse Waard. Vergelijk: uiterwaarden; 2. caféhouder, herbergier.

Lees verder
1964
2021-06-24
voornamen

Voornamenboek

Waard

m -> Eduard (Zuid-Ndl., Zeeuws-Vla.).

1958
2021-06-24
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

WAARD

Ook weerd, werd. In of aan het water gelegen land. In Frl. o.a. Makkumer en Workumer W. Zie: Moerman, 258.

Lees verder
1952
2021-06-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Waard

1. s., hospes, weard, kastlein. 2. adj., wurdich; veelzijn, heech stean.

Lees verder
1939
2021-06-24
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Waard

Vertrouwt om eigen reputatie zijn gasten.

1937
2021-06-24
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Waard

Landstreek, geheel door rivieren ingesloten (de Tielerwaard, de Bommelerwaard, de Alblasserwaard, de Lopikerwaard, de Krimpenerwaard). Verder: stukken buitendijksch land langs een groote rivier, uiterwaard.

1916
2021-06-24
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Waard

Waard - in Nederland, eiland tusschen rivierarmen, zooals Bommelerwaard.

1898
2021-06-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Waard

zie Dierbaar, zie Kastelein.

1898
2021-06-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Waard

Het begrip waard heeft 5 verschillende betekenissen: 1. waard - WAARD - m. (-en), herbergier; (fig). de rekening buiten den waard maken, zich misrekenen; — (spr.) zooals de waard is, vertrouwt hij zijne gasten, men beoordeelt een ander veelal naar zichzelven. 2. waard - WAARD - WOORD, WOERD, m. (-en), mannetjeseend. in sommige streken ook w...

Lees verder
1870
2021-06-24
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Waard

Waard (Een) is een stuk aangeslibd grasland, aan den oever van eene rivier of aan de zeekust gelegen. Men heeft ingedijkte waarden (eigenlijk polders), die door dijken tegen overstrooming beveiligd zijn, en uiterwaarden (aan zee kwelders), die bij hoogen waterstand overstroomd worden.