Wat is de betekenis van waar?

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

waar

waar - Zelfstandignaamwoord 1. koopwaar, te verhandelen goederen 2. aandeel in een onverdeeld landbouwbedrijf 3. voorzichtigheid, aandacht, hoede (-> waarschuwen) waar - Bijvoeglijk naamwoord 1. correct, niet onwaar, overeenkomend met de werkelijkheid waar - Bijwoord 1. Vragend: op welke plaa...

Lees verder
2018
2020-11-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

waar

waar - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoord 1. precies als in de werkelijkheid ♢ het is een waar gebeurd verhaal 1. zijn ware bedoeling [zijn echte bedoeling] ...

Lees verder
1997
2020-11-26
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

waar

zie sterven.

1990
2020-11-26
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

waar

waar - Wordt gebruikt voor een bepaald soort vervaardigde artikelen, doorgaans gebruiksvoorwerpen, die meestal worden vernoemd naar het materiaal, gebruik, de stijlnaam of een andere eigenschap, zoals aardewerk of keukengerei.

1973
2020-11-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

waar

I. bw., van plaats, op welke plaats: — woont hij?; — ook, onverschillig op welke plaats; II. voegwoord, (redengevend): ik altijd mijn best gedaan heb, komt zo’n verwijt hard aan.

Lees verder
1958
2020-11-26
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

WAAR

Ook: war, weer, wer. Een in Frl. veel voorkomende land- of veldnaam van diverse betekenissen. Oorspronkelijk meestal een aandeel in de vorm van een smalle strook binnen een groter veld. zie Schar.Zie: O. Postma, Fr. Kleihoeve (1934), 127,172,191; Fr. Plaknammen iv, 71-81; Spahr van der Hoek, Fr. landb. II, 578, 579, 582, 606.

Lees verder
1940
2020-11-26
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Waar

zie: Goederen.

1916
2020-11-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Waar

Waar - koopwaar, handelswaar; zie WARENWET.

1898
2020-11-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Waar

zie Echt.

1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Waar

Het begrip waar heeft 4 verschillende betekenissen: 1. waar - WAAR - v. (waren), koopmansgoed, handelsartikel : zijne waren uitstallen; goede waar verkoopen; — (fig.) goede waar prijst zichzelve, wat goed is, behoeft geene aanbeveling; — zijne waar aan den man weten te brengen, goed verkoopen, hoog doen waardeeren; — alle waar i...

Lees verder