Wat is de betekenis van vuur?

2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vuur

vuur - Zelfstandignaamwoord 1. een lichtend verschijnsel dat ontstaat wanneer iets verbrandt De brandweer doofde het vuur met water en andere blusmiddelen. 2. - beschieting met vuurwapens - Halverwege de oorlog deserteerden er iedere maand meer dan vijfduizend s...

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vuur

vuur - zelfstandig naamwoord 1. licht en vlammen die je ziet als iets brandt ♢ toen de fabriek in brand stond, zagen we een groot vuur 1. hebt u vuur? [een aansteker of lucifer voor mijn sigaret] ...

Lees verder
2004
2022-09-29
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

vuur

(het) kachel, fornuis zie gasvuur.

Lees verder
1997
2022-09-29
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

vuur

In het Middelnederlands komt de ‘sotte eede’ bi den vier dat daer bernt voor ‘bij het vuur dat daar brandt’. Volgens De Baere (1940:149) is het een dwaze eed, omdat van deze formule niet het nodige prestige uitgaat om als grondslag van de eed te dienen. Toch gebruikte men deze vaste verbinding om zijn woorden kracht b...

Lees verder
1992
2022-09-29
Symbolen

Hans Biedermann

vuur

het schijnbaar levende element, dat verteert, verwarmt en verlicht, maar ook treurnis en dood kan brengen, heeft een ambivalente symboliek. Dikwijls is het een heilig symbool van huis en haard zoals bij de Vestaalse maagden in het oude Rome, die een eeuwig vuur onderhielden) en symboliseert het bezieling en de Heilige Geest, in de gedaante van vlam...

Lees verder
1974
2022-09-29
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

vuur

planteziekte; verzamelnaam voor schimmelziekten. Veroorzaken rode verkleuringen. Nectria veroorzaakt oranje puntjes op takken, Botrytis vuur bij tulpen.

Lees verder
1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vuur

o. (vuren), 1. het gloeiende lichtverschijnsel van iets dat brandt : slaan, met een vuurslag vonken maken; mag ik wat vuur, heb je ook vuur voor mij?, om pijp, sigaar of sigaret aan te steken; een land te vuur en te zwaard verwoesten, door branden en moorden; vuur en water (in één hand) dragen, dubbelhartig zijn; met vuur spelen, (fig...

Lees verder
1971
2022-09-29
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Vuur

Vuur - ook droogrot, inwendige aantasting van hout door schimmelvorming die het soms in korte tijd afbreekt tot een poreuze, brosse massa. Wordt zowel veroorzaakt door toepassing van groen hout als door gebrek aan verzorging van verwerkt, gezond hout. 10 Jaar wateren van hout werd vroeger een geschikt middel geacht om vuur te voorkomen. Tegenwoordi...

Lees verder
1954
2022-09-29
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Vuur

1. (plantenziektenk.) V. is de naam voor vele ziekten. Een van de meest bekende is het v. van de tulp. Deze ziekte vertoont op de bladeren en bloemen spikkels, veroorzaakt door Botrytis parasitka (LIB.) LIND.. Aangezien het v. onder gunstige weersomstandigheden zeer snel om zich heen kan grijpen en aanzienlijke schade kan aanrichten, dient men dir...

Lees verder
1952
2022-09-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vuur

s.n., fjûr (it); boven hetzetten, hangen, oersette, -hingje; iem. hetna aan de schenen leggen, immen it fjûr nei oan de teannen lizze; zich hetuit de sloffen lopen, jin de ballapen fan de skuon rinne, jin de soal(l)en út ’e skuon rinne; zich voor...

Lees verder
1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vuur

o. (vuren), 1. (als verschijnsel of coll.) het lichtende verschijnsel van branden, lichtende en gloeiende massa die met het branden van iets gepaard gaat: vroeger beschouwde men het vuur als een element; vuur vatten; er is nog vuur in de kachel; het vuur van een brandende sigaar; vuur slaan, met een vuurslag vonken maken; &mdas...

Lees verder
1949
2022-09-29
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Vuur

(1) (Natuurkunde), verschijnsel ontstaan door gelijktijdige ontwikkeling van licht en warmte. Treedt het op bij vaste en vloeibare stoffen, dan spreekt men van gloed. In de Oudheid hield men V. voor iets stoffelijks en Aristoteles noemde het één der elementen;(2) (krijgskunde), schot of schoten uit één of meer vuurmonden...

Lees verder
1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vuur

o., in bet. 2, 3, 10 vuren: 1. lichtgevende gassen, ontstaan door vorming of ontbinding van chemische verbindingen; gassen met scherp begrensde spitsuitlopende vormen of vlammen; in verschillende opvattingen: door vuur vergaan; men rekende het vuur oudtijds tot de elementen; heb je ook vuur? om nl. sigaar of pijp aan te steken; het hout wil geen vu...

Lees verder
1933
2022-09-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vuur

is het verschijnsel, waarbij warmte en licht tegelijk optreden, hetgeen bij chemische reacties, o.a. verbranding en explosie, het geval is. Zijn de brandende stoffen vast of vloeibaar, dan spreekt men van gloed, bij gassen van → vlam. In de Oudheid, bij Egyptenaren, Chineezen, Indiërs, Babyloniërs en andere Oostersche volken gold v....

Lees verder
1930
2022-09-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

vuur

(vu:r) o. (vuren; -tje) I. Eig. 1. een of meer brandende voorwerpen : het in een kachel, een haard, een stoommachine; om te verwarmen; om op te koken; om water te doen verdampen, om metaal te doen gloeien, te doen smelten; aanleggen, aanmaken; een -(tje) stoken; aanblazen, oppoken; blussen, uitdoven; laten uitgaan; door vergaan; vrij - en licht; v...

Lees verder
1928
2022-09-29
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Vuur

Vanaf het vuursteentje, waarmee de lieve jeugd de droge hei bedreigt, via het onschuldig vuurwerk, waarmee oud en jong zich vermaakt en het nuttige licht van den ouderwetsen vuurtoren, waarop een echt vuur brandde, tot het kwaadaardig gebruik der vuurwapenen speelt dit element een grote rol in het menselijke leven. Het is ondoenlijk, maar ook wel o...

Lees verder
1921
2022-09-29
Levende taal

T. Pluim - 1921

Vuur

1. Vuur en vlam sp uwen : zeer vertoornd zijn; ontleend aan de draken, die vuur en vlammen uitbraakten. 2. Vuur vatten: plotseling woedend worden; gezegd van iets, dat in vlam geraakt (de woede wordt ook hier met vuur en vlammen vergeleken; denk aan: in brandenden toorn). 3. Te vuur en te zwaard verwoesten: geheel en al verwoesten en uitmoorden; ve...

Lees verder
1911
2022-09-29
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Vuur

afl. op r van den Idg. wt. peu = vlammen; vgl. ’t Gr. pur = vuur; en ’t Fr. feu = vuur.

1908
2022-09-29
Vivat

Schrijver op Ensie

Vuur

een groot gebrek in eikenhout. De vervuring of verstikking ontstaat door gisting van niet voldoende uitgedroogde sappen in het hout, en grijpt, eenmaal begonnen snel om zich heen, deelt zich van het eene stuk aan het aangrenzende mede en geeft het geheel het uitzicht van rood- en geelkleurig verkoold hout. In masthout noemt men dit gebrek broei.

Lees verder
1900
2022-09-29
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

vuur

Een aantal uit een vuurwapen afgegeven schoten. (Stichting Menno van Coehoorn)