Wat is de betekenis van vurig?

2024-06-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

vurig

vurig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: vu-rig 1. met groot verlangen of grote liefde ♢ ze hoopte vurig dat hij zou komen Bijvoeglijk naamwoord: vu-rig ... is vuriger dan ... het vurigs...

2024-06-14
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

vurig

gloeiend, brandend; hartstogtelik; lewendig.

2024-06-14
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Vurig

adj. & adv., fjurrich, hjit, hyt; (ontstoken), fjurrich, glandich; (van paard), hjit, hyt, trinten; — bidden, ynmoedich bidde.

2024-06-14
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Vurig

bn. bw. (-er, -st), 1. van den aard van vuur, als vuur lichtend, gloeiend : vurige kolen ; een vurige streep aan de hemel; (volksgeloof) de vurige wagen, vurige landmeters, spookfiguren; — (bijb. zegsw.) vurige kolen op iem.’s hoofd stapelen of hopen (zie Spr. 25 : 22 ; Rom. 12 : 20), hem in een positie van m...

2024-06-14
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

vurig

bn., bw.: 1. gloeiend: een vurige bol; in de gedaante van vurige tongen; 2. brandend als vuur, fonkelend: een vurig oog; 3. sterk, hartstochtelijk: een vurig paard; vurige begeerte, vurig verlangen; hij smeekte vurig.

2024-06-14
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

vurig

('vu:rɘch) bn. en bw. (-er, -st) 1. gloeiend : een -e bol. → kool, nagel. 2. levendig, schitterend : een -e blik; een oog. 3. hartstochtelijk : -e Heide. 4. sterk verlangend : een gebed; bidden. 5. Heelk. brandig : een -e wonde. 6. door het vuur (III 2) aangetast : koren. 7. met huiduitslag : een gezicht.

Wil je toegang tot alle 13 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-14
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Vurig

bn. en bw. (-er, -st), 1. gloeiend; (volksgeloof) de vurige wagen, vurige landmeters, spookfiguren; 2. blijk gevend van innerlijk vuur: iemand vurige blikken toewerpen; 3. hartstochtelijk: een vurig minnaar; vurig (naar) iets verlangen; vurige paarden; een vurig voorstander van iets; 4. branderig: vurige puisten; 5. vurig hout, door vuur aanget...