Wat is de betekenis van vullen?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vullen

vullen - Werkwoord 1. (ov) vol maken Kun jij die prullenbak even vullen met dat papier daar? 2. opvullen. Jij kan je tijd hier wel vullen.

Lees verder
2018
2021-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vullen

vullen - regelmatig werkwoord uitspraak: vul-len 1. er zoveel in doen dat er niets meer bij kan ♢ hij vult het kopje met koffie Regelmatig werkwoord: vul-len ik vul jij/u vult ...

Lees verder
2016
2021-05-16
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

vullen

Wordt in het vakjargon ‘farceren’ genoemd het is doen vullen, doorspekken of volstoppen van o.a. eieren, tomaten, artisjokken, avocado’s, borststukken van gevogelte en slachtdieren.

1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

vullen

(vulde, heeft gevuld), 1. vol maken: zakken —; iemand de zakken —, hem omkopen; zijn maag —, flink eten; een goed gevulde portemonnaie, een ruime hoeveelheid geld; een kinderhand is gauw gevuld, kinderen zijn licht tevreden te stellen; 2. storten, gieten enz. in; 3. vol maken: de lege plaats moet weer gevuld worden; dat vult, ne...

Lees verder
1952
2021-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vullen

v., folje, folle, foldwaen.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vullen

(vulde, heeft gevuld), 1. vol maken : zakken, manden vullen met appelen ; het benzinereservoir, de kolenkit vullen ; — iem. de handen, de zakken vullen, hem omkopen ; zijn maag vullen, flink eten; — (spr.) praatjes vullen geen gaatjes (zie Praatje); — een kinderhand is gau...

Lees verder
1898
2021-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VULLEN

VULLEN - (vulde, heeft gevuld), vol maken: de zakken, manden vullen ; — iem. de handen vullen, hem omkoopen ; — zijne maag vullen, flink eten ; — stoelen en bedden vullen, opvullen ; — in de keukens, een uitgenomen dier enz. met iets volstoppen ; — (zeew.) de wind vult de zeilen, doet ze bolstaan ; — aanvull...

Lees verder