Vrijheid
v., 1. het vrij-zijn in de versch. bet. van het woord ; onbelemmerdheid : vrijheid van beweging ; — het vrij,niet-onderworpen of afhankelijk zijn als natie: strijden voor de vrijheid; de dubbele strijd, dien hij streed voor de onafhankelijkheid van ons vaderland, voor de vrijheid van Europa (Potgieter); — het kunnen...