Wat is de betekenis van vrijen?

2020
2022-07-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

vrijen

(1544) (euf.) het hof maken; kennis of verkering hebben; minnekozen. Vandaar later ook: geslachtsgemeenschap hebben. Heestermans (Erotisch Wdb. 1980) citeert o.a. Antw. Liedb. (1544): "Noch weet ick een dye uut gaet vrijen." Zie ook: vrijen met de pomp van de garenmarkt. • Vlak naast ons zit een Engels meisje te vrijen dat het kraakt …...

Lees verder
2019
2022-07-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vrijen

vrijen - Werkwoord 1. (inerg) (seksualiteit) liefde bedrijven 2. (inerg) knuffelen.

Lees verder
2018
2022-07-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vrijen

vrijen - regelmatig werkwoord uitspraak: vrij-en 1. kussen en strelen ♢ zullen we een beetje vrijen? 2. geslachtsgemeenschap hebben ♢ je moet een condoom om bij het vrijen Regelmatig...

Lees verder
2004
2022-07-04
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

vrijen

Hedendaags eufemisme voor neuken, copuleren*. Uit vindplaatsen in het WNT blijkt dat dit werkwoord al in vroeger eeuwen de betekenis had van ‘geslachtsgemeenschap hebben’. In ‘Gedichten’ (ca. 1650) van J. Westerbaen komt bijvoorbeeld de volgende ondubbelzinnige regel voor: ‘Leda ... smeeckte Jupiter, van wien sy was gevreen.’ Zwaan Jupiter had met...

Lees verder
1999
2022-07-04
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Vrijen

In sommige streken was eertijds het nachtvrijen in gebruik. De vrijers klommen in de nacht de woning binnen en gingen op de dekens naast het meisje liggen. Tot in de vroege morgen werd er gepraat. Werd de jongeman handtastelijk, dan sloeg men op een ketel, waarna de buren bijeen kwamen om de onverlaat af te ranselen. Elders, vooral in Oost-Groninge...

Lees verder
1982
2022-07-04
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

VRIJEN

→ Stand.

1977
2022-07-04
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

vrijen

vrijen - minnekozen; ook: copuleren. Noch weet ick een dye uut gaet vrijen, Antw. Liedb. (ed. VON FALLERSLEBEN) I 15 [1544].Hij hield ook van lang vrijen. Zij was ook geen type voor een vluggertje, Porno 16, 54 [1975].

Lees verder
1973
2022-07-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Vrijen

(vrijde, heeft gevrijd, gemeenz.: vree, heeft gevreeën), 1. (vero.) tot een huwelijk aanzoeken; (spr.) wie vrijt slijt (maar wie vrijt met zin, wordt er dik tegenin); 2. minnekozen: die twee zitten lekker te -. 3. copuleren: hoe vrijen de stekelvarkentjes? héél voorzichtig!

Lees verder
1958
2022-07-04
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

VRIJEN

Op één na hoogste stand in de Lex Frisionum. Volgens Ph. Heek zou deze stand bestaan uit vrijgelatenen, en zou de adel de eigenlijke stand van V. vormen. Anderen menen dat na de Frankische overheersing de V. de belangrijkste stand werden door het verdwijnen van de adel (zie Oeradel). Tijdens de M.E. vormen de V. ongetwijfeld de hoogs...

Lees verder
1952
2022-07-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vrijen

v., frije.

1950
2022-07-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Vrijen

(vrijde, heeft gevrijd, volkst. ook vree, heeft gevreeën), 1. tot een huwelijk aanzoeken: hij vrijt een weduwe ; — thans gewoonl. onoverg., de gunst trachten te verwerven van, dingen naar de hand van: hij vrijt naar (om) mijn buurmans dochter; — verkeren: die twee vrijen al sedert vijf jaren ; — (spr.) ...

Lees verder
1937
2022-07-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

vrijen

I. vrijde, heeft gevrijd; zie vrijden. II. vrije; (vree, vreeën), heeft gevrijd (gevreeën): 1. liefhebben; minnekozen, liefde betonen: een uurtje vrijen; om (of: naar) een meisje vrijen, tot een huwelijk pogingen aanwenden, het hof maken; 2. moeite doen om in iemands gunst te komen; vleien, flemen: dat kind vrijt met zijn moeder om een s...

Lees verder
1898
2022-07-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Vrijen

Het begrip vrijen heeft 2 verschillende betekenissen: 1. vrijen - VRIJEN - zie VRIJDEN. 2. vrijen - VRIJEN - (vrijde, heeft gevrijd, (ook) vree, heeft gevreeën), (veroud.) liefhebben ; — (thans) minnekoozen: die twee zitten lekker te vrijen; — tot een huwelijk aanzoeken : hij vrijt eene weduwe ; — tot een huwelijk poginge...

Lees verder
1573
2022-07-04
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

vrijen

Liberare, soluere, libertate donare, immunitatem dare: & Emawcipare, manumittere, vindicare in libertatem, rude donare.

Lees verder