Wat is de betekenis van VRIJ?

2024-04-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

vrij

vrijdag. vrijdag. Voorbeelden: In aanwezigheid van de kunstenaars wordt de expositie geopend door W.J. Vuursteen, ex-burgmeester van Zuidwolde. International Art Gallery, Prinsengracht 16, Meppel. Geopend: do. en vrij. 10.00-17.00 uur; + vrij. 19.00-21.00 uur; zat. 11.00-17.00 uur. De expositie duurt van 8 augustus t/m 5 september. ...

2024-04-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

vrij

vrij - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet de genoemde tekortkoming hebbend, niet onderhevig aan, ongevoelig voor, zonder b.v. accijnsvrij, loodvrij etc. 2. ongebonden, niet in beweging beperkt 3. beschikbaar 4. gratis 5. niet vallend onder of beperkt door een bepaald gezag, jurisdictie 6. vrijmoedig 7. (van onderwijs) niet van de overheid...

2024-04-16
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

vrij

vrij - bijvoeglijk naamwoord 1. kunnen gaan en staan waar je wilt ♢ hij zat in de gevangenis, maar nu is hij weer vrij 1. zo vrij als een vogeltje in de lucht [heel erg vrij] 2....

2024-04-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc de Coster (2004)

vrij

Leenvertaling van Frans ‘libre’: libertijns, ontuchtig. Bijvoorbeeld: die prentjes zijn wel wat vrij. Vermeld door Van Dale.

2024-04-16
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

vrij

zie onderwijs.

2024-04-16
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

vrij

Als bijwoord wordt vrij ook gebruikt om de realiteit van een uitspraak, conclusie of mening sterk te bevestigen, kracht bij te zetten. Het betekent ‘voorwaar, waarlijk, zeker, ongetwijfeld’. Het heeft een expressief, exclamatief, affirmatief karakter, en is vandaar ook wel weer te geven met een van de hedendaagse krachttermen als...

2024-04-16
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

vrij

In de verb. vrij onderwijs, off. ben. voor het onderwijs dat niet door de staat, een provincie of een gemeente wordt georganiseerd (in tegenst. tot officieel onderwijs, vaak rijksonderwijs genoemd); in Nederl.: bijzonder onderwijs. Daarnaast ook: vrije school, instelling enz. Voor het rijksonderwijs loopt de paasvakantie...

2024-04-16
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Vrij

betekent los, op zichzelf staand, meestal gezegd van diverse onderdelen van een bloem, die bij andere soorten, met elkaar vergroeid kunnen zijn.

Wil je toegang tot alle 19 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-16
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Vrij

adj. & adv., frij; (in zijn optreden) dryst(moedich), frij; -e tijd, liddige tiid, lins; een -e middag, in liddige neimiddei; een -e dag, Zondag, in frijdei, frijsnein; — (zelfstandig) zijn, (jins) eigen baes wêze; — blijven, jins, it aventûr halde; nogz...