Vracht
v. (-en), 1. wat op of in iets of op een persoon of dier ligt of gelegd wordt om het te vervoeren : die vracht is te zwaar voor de wagen; een vracht op de rug hebben; —zijn vracht meekrijgen, een strenge berisping, een pak slaag krijgen ; — hij heeft de vracht in, hij is dronken ; — (als verzamelnaam) g...