Wat is de betekenis van VOUWEN?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Vouwen

(vouwde, heeft gevouwen), 1. (overg.) de delen van iets (t. w. van plooibare stoffen) ten opzichte van elkaar omslaan en tegen elkaar leggen, in vouwen leggen : het linnengoed, de couranten, gedrukte vellen vouwen; — de handen vouwen, ze met de palmen tegen elkaar leggen -en (of) de vingers door elkaar strengelen, bep. tot bidde...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

vouwen

(2024) (straattaal) arresteren; oppakken. 'Een joint vouwen' is echter: een slechte joint draaien. • Die gast wil ons vouwen. Die gast wil ons (op)pakken. Iemand vouwen: iemand (op)pakken/ arresteren. (Straattaal Scheurkalender 2025)