Wat is de betekenis van Voorzien?

2019
2021-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voorzien

voorzien - Werkwoord 1. (ov) een profetische blik hebben Hij voorzag dat dit tot ongelukken zou leiden. 2. (ov) ~ van: voorzorgen treffen U bent voorzien van alle nodige spullen. voorzien - Deelwoord 1. voltooid deelwoord van voo...

Lees verder
2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

voorzien

voorzien - onregelmatig werkwoord uitspraak: voor-zien 1. dat het van iemand is ♢ dit dier is voorzien van akelige stekels 2. het van tevoren aan zien komen ♢ denk je dat het goed zal gaan? nee,...

Lees verder
1998
2021-01-17
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Voorzien

goed -, in het bezit van een groot geslachtsdeel. Eufemistische uitdr., die al in de 18de eeuw werd opgetekend. Syn. heel wat in huis hebben. vork 1. een - ingeslikt hebben, zich beveiligd hebben tegen homo’s en anaal verkeer. Slanguitdr. uit homokringen. 2. met de - schrijven, naar zichzelf toe rekenen; drie keer zoveel rekenen als werkelijk vers...

Lees verder
1973
2021-01-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

voorzien

(voorzag, heeft voorzien), 1. van tevoren zien, zien aankomen: dat heb ik wel —; 2. in iets er (van tevoren) voor zorgen: in zijn onderhoud kunnen —, voor zichzelf kunnen zorgen; daarin heeft de wet —, dat is bij de wet geregeld; in een behoefte —, die vervullen, bevredigen; 3. van iets -, verschaffen; de boten van roeiers...

Lees verder
1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Voorzien

(voorzag, heeft voorzien), 1. van te voren zien, zien aankomen : dat heb ik wel voorzien ; 2. van te voren beschikken ; — in orde brengen met het oog op hetgeen gebeuren kan : het dak laten voorzien; (zeew.) een touw voorzien, bekleden; 3. in iets voorzien, er (van te voren) voor zorgen: in zijn onderhoud kunn...

Lees verder
1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOORZIEN

VOORZIEN - (voorzag, heeft voorzien), vooruit, vroeger zien : dat heb ik voorzien; — daarin heeft de wet voorzien, dat is bij de wet geregeld; — wij zullen daarin voorzien, wij zullen het verhelpen, er voor zorgen ; — in eene behoefte voorzien, daarin te gemoet komen ; — verzorgen van, verschaffen : iem. van geld, van lev...

Lees verder