Wat is de betekenis van voorzaat?

2019
2022-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voorzaat

voorzaat - Zelfstandignaamwoord 1. (familie) persoon waar men van afstamt Woordherkomst samenstelling van voor en zaat Synoniemen voorvader, voorouder Antoniemen nazaat Verwante begrippen stamvader

Lees verder
1980
2022-01-27
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Voorzaat

Aan het woord voor-zaat koppelen we dadelijk het woord na-zaat. De eerste woorddelen, voor- en na-, zijn duidelijk. Zaat hangt samen met het werkwoord zitten en de oorspronkelijke betekenis is dus: hij die voor (na) iemand zit in de vervulling van een ambt, dus: voorganger (opvolger). Dan breidt zich de betekenis uit en gaat voorzaat betekenen: voo...

Lees verder
1973
2022-01-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

voorzaat

m. (-zaten), voorvader, stamvader; ook coll.

1952
2022-01-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Voorzaat

s., foarsiet.

1950
2022-01-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Voorzaat

m. (...zaten), voorvader, stamvader; ook coll.

1937
2022-01-27
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

voorzaat

m. -zaten; voorvader, stamvader; zie nazaat.