Voortzetten
(zette voort, heeft voortgezet), vervolgen : zijn tocht voortzetten ; de reis werd niet voortgezet; doorgaan met: een werk voortzetten ; (in ’t bijz.) verder bewerken, behandelen of voortgaan met hetgeen een ander heeft laten liggen : na zijn dood werd het werk door zijn leerlingen voortgezet; zie ook Voortgezet.