Wat is de betekenis van voortdurend?

2019
2023-01-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voortdurend

voortdurend - Bijvoeglijk naamwoord 1. langdurig en ononderbroken Er kwam een voortdurende informatiestroom binnen.

Lees verder
2018
2023-01-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

voortdurend

voortdurend - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: voort-du-rend 1. wat hetzelfde blijft en niet verandert ♢ we hebben hem voortdurend gewaarschuwd Bijvoeglijk naamwoord: voort-du-rend de/het voortdurende ... ...

Lees verder
1973
2023-01-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Voortdurend

bn. en bw., 1. wat voortduurt, niet ophoudt: een voortdurende bedreiging; 2. aanhoudend of onophoudelijk, telkens: zich voortdurend vergissen.

Lees verder
1952
2023-01-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Voortdurend

adj. & adv., oanhâldend; (adv.), oan ien wei, oan ien trie(d) wei.

1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Voortdurend

[het accent wisselt], bn. bw., 1. bn... wat voortduurt, niet ophoudt: voortdurende regens ; in voortdurende beweging zijn ; 2. (bw.) aanhoudend of' onophoudelijk, telkens : zich voortdurend vergissen; voortdurend hoesten; zij lacht voortdurend.

Lees verder
1937
2023-01-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

voortdurend

bn., bw.; aanhoudend: een voortdurend leven, lawaai enz.; de zieke was voortdurend aan ’t ijlen, onophoudelijk; ik vergis mij voortdurend.

1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

voortdurend

('durənt) bn. en bw. wie, wat voortduurt: een lawaai; zich vergissen. Syn. → aanhoudend.

1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOORTDUREND

VOORTDUREND - bn. wat voortduurt, niet ophoudt.

1898
2023-01-30
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Voortdurend

zie Aanhoudend.