Wat is de betekenis van voormiddag?

2024-02-22
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

voormiddag

Het begrip voormiddag heeft 2 verschillende betekenissen: 1) begin van de middag. gedeelte van de dag aan het begin van de middag, dat ongeveer duurt van 12.00 tot 16.00 uur. 2) tweede deel van de ochtend. gedeelte van de dag voor het middaguur, in het bijzonder de tijd tussen ongeveer 9.00 en 12.00 uur; periode die het tweede deel v...

2024-02-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

voormiddag

voormiddag - Zelfstandignaamwoord 1. (tijdrekening) tijd aan het begin van de middag of in het eerste deel van de middag 2. (tijdrekening) tijd voor 12:00, de ochtend Woordherkomst samenstelling van voor en middag

2024-02-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

voormiddag

voormiddag - zelfstandig naamwoord uitspraak: voor-mid-dag 1. tijd vanaf zonsopgang tot de middag ♢ in de voormiddag doen we alvast de boodschappen 2. de eerste uren van de middag ♢ we arriveren...

2024-02-22
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

voormiddag

ochtend Wat een ontlading toen gisteren in de late voormiddag trefzekere bronnen konden bevestigen dat na zeventien (17!) jaar een programma van de VRT er eindelijk in geslaagd was om die hardnekkige Schalkse ruiters naar de geschiedenis der Vlaamse televisie te verwijzen. (De Standaard) In Nederland begint de 'voormiddag'...

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-22
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

voormiddag

(de, -en) ochtend, morgen, periode vóór de middag, ongeveer van 9 tot 12. Het gemeentepersoneel zal binnenkort werken volgens een variabele uurregeling. Elke dienst zal permanent bezet worden door minstens één persoon van 8.30 tot 12 uur in de voormiddag. - LN, 04-12-2002.

2024-02-22
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

voormiddag

In Vl.-België zeer gewoon voor de tijdsperiode vóór de middag, in ’t bijz. tussen 9 en 12 uur: ochtend; ’s voormiddags, in de ochtend, ’s morgens, ’s ochtends, vóór de middag. - Zie ook de Opm. Werkvrouw voor alle voormiddagen, Advert. (ed. Rupel) 24/8/1976. Ook zondag...

2024-02-22
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

voormiddag

oggend, voor 12 uur die middag.

2024-02-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Voormiddag

s., foardei, foarmiddei, moarntiid; des -s, foarmiddeis, yn ’e moarntiid.

2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Voormiddag

m. (-en), tijdperk van de dag vóór de middag, in engere zin tussen negenen en twaalven; — des voor'middags, in de voormiddag, ‘s morgens.

2024-02-22
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

voormiddag

m. -middagen; morgenuren tot de middag: de voormiddag duurt van 9-12 uur.

2024-02-22
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

voormiddag

(vo:r'middach) m. (-en) morgenuren tot de middag.

2024-02-22
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Voormiddag

m. (-en), tijdperk van de dag vóór de middag, in engere zin tussen 9—12 uur.

2024-02-22
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

VOORMIDDAG

VOORMIDDAG - m. (-en), morgenuren vóór twaalven.

2024-02-22
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Voormiddag

Voormiddag, m. (-en), morgenuren vóór twaalven. *-BEZOEK, o. (-en). *-BEURT, v. (-en), (van predikanten om te preêken). *-DIENST, v. (-en), (in de kerk). *-KERK, v. gmv. voormiddagdienst. *-PREEK, v. (-en). *-WACHT, v. (zeew.) wacht van 8 tot 12 ure.