Wat is de betekenis van voormalig?

2019
2023-01-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voormalig

voormalig - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet langer; in het verleden geweest Hij had een vraaggesprek met de voormalige premier. Woordherkomst samenstellende afleiding van voor (voorzetsel) maal (zelfstandig naamwoord "tijdstip") met het achtervoegsel -ig

Lees verder
2018
2023-01-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

voormalig

voormalig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: voor-ma-lig 1. uit een eerdere periode ♢ Indië hoorde bij de voormalige koloniën Bijvoeglijk naamwoord: voor-ma-lig de/het voormalige ... Synoniemen gewezen...

Lees verder
1973
2023-01-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Voormalig

bn., vorig, vroeger, ex-: de voormalige bezitters; vroeger aanwezig: een voormalige waterloop.

1952
2023-01-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Voormalig

adj., earder.

1950
2023-01-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Voormalig

bn., vorig, vroeger, ex-: de voormalige bezitters ; — vroeger aanwezig.

1937
2023-01-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

voormalig

bn.; vroeger, vorig: een voormalig officier, de voormalige koning, de voormalige bewoner.

1930
2023-01-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

voormalig

(vo:r'ma:ləch) bn. vorig, vroeger : de -e koning; een officier.

1898
2023-01-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOORMALIG

VOORMALIG - bn. vorig, vroeger : de voormalige bezitters.