Wat is de betekenis van voorkomen?

2022
2022-12-01
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

voorkomen

(1950) (inf.) borsten, boezem: 'voorkomen hebben.' • Ze slait al der jurreke onder der arreme. Ze heb ook zoo’n voorkomme. Aigelek zou ze-n-es een goed kesjet (korset) motte hebbe, (L.G. de Graaf, ca. 1950). • (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980) • Vóórkommen, znw. ’t. Ook: busten. | Ze het puur...

Lees verder
2019
2022-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voorkomen

vóórkomen - Werkwoord (scheidbaar) 1. (inerg) met regelmaat ergens te vinden zijn kluut|Kluten en fuut|futen komen in Nederland voor. 2. ergatief voor het gerecht verschijnen Deze zaak komt voor op 2 mei. 3. ergatief soms gebeuren...

Lees verder
2018
2022-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

voorkomen

voorkomen - onregelmatig werkwoord, regelmatig werkwoord, zelfstandig naamwoord uitspraak: voor-ko-men 1. ervoor zorgen dat het niet gebeurt ♢ ze probeerde het ongeluk te voorkomen 1. voorkómen is beter dan genezen ...

Lees verder
2007
2022-12-01
logopedie

Logopedisch Lexicon

Voorkómen

(o.), → preventie

1973
2022-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Voorkomen

(kwam voor, is voorgekomen), 1. vóór, verder, dan iemand of iets anders komen: bij het schaatsrijden trachtte hij mij voor te komen; 2. naar voren komen; 3. aan de voorzijde komen: laat de auto voorkomen, voor het huis;. 4. voor iemand verschijnen, m.n. voor het gerecht: morgen moet hij voorkomen; 5. aangetroffen worden: die plant...

Lees verder
1952
2022-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Voorkomen

v., foarkomme; (verhinderen), tofoare(n)komme; vaak -d, hiem.

1950
2022-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Voorkomen

I. (kwam voor, is voorgekomen), vóór, verder dan iem. of iets anders komen : bij het schaatsenrijen trachtte hij mij voor te komen ; 2. naar voren komen : vader is achter, maar hij zal dadelijk voorkomen ; 3. aan de voorzijde komen: laat het rijtuig voorkomen, voor het huis; 4. voor iem. verschijnen, bep. voor...

Lees verder
1937
2022-12-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

voorkomen

I. kwam voor, is voorgekomen: 1. naar voren komen: een taxi laten voorkomen; kom eens voor (winkel); 2. vóór den rechter, de rechtbank komen: hij moet voorkomen, verschijnen voor den rechter; de zaak zal morgen behandeld worden; 3. vóór iem. komen, iem. vooruit komen: bij een wedren iem. voorkomen; (in school) ik laat Ja...

Lees verder
1930
2022-12-01
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

voorkomen

('vo:r) I. (kwam voor, is voorgekomen) 1. vroeger, eerder komen. 2. naar voren komen : laat de winkelier -. 3. in rang bevorderen : ik laat jou niet -. 4. vóór de deur komen : laat de auto -. 5. verschijnen of behandeld worden inz. vóór de rechter : hij moet morgen -; die zaak komt morgen voor. 6. gebeuren, zich...

Lees verder
1898
2022-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Voorkomen

Het begrip voorkomen heeft 3 verschillende betekenissen: 1. voorkomen - VOORKOMEN - (kwam voor, is voorgekomen), vroeger komen, eerder komen, vooruitkomen : bij het schaatsenrijden trachtte hij mij voor te komen; laat een rijtuig voorkomen, voor de deur; — naar voren komen : vader is achter, maar hij zal dadelijk voorkomen; — voor iem...

Lees verder
1898
2022-12-01
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Voorkomen

zie Verhoeden, zie Dunken.