Wat is de betekenis van voordeel?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voordeel

voordeel - Zelfstandignaamwoord 1. profijt. De onrust op de aandelenmarkt was in zijn voordeel. 2. aangename eigenschap Een voordeel van een motorfiets is het lage benzineverbruik per kilometer. 3. (tennis) term die aangeeft dat een spel...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

voordeel

voordeel - zelfstandig naamwoord uitspraak: voor-deel 1. wat je kan helpen een doel te bereiken ♢ ik heb veel voordeel van dat abonnement 2. iets wat gunstig is ♢ het is een voordeel dat ik alti...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

voordeel

o. (-delen), 1. winst: met — verkopen; 2. baat, profijt: op zijn — bedacht zijn; zijn — met iets doen, het zich ten nutte maken; hij is in zijn — veranderd, hij ziet er beter uit; (ook) hij is prettiger in de omgang geworden; 3. gunstige omstandigheid: iemand het — van de twijfel gunnen, een onzekere factor voor hem...

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Voordeel

o. (...delen), 1. winst: met voordeel verkopen ; —baat, profijt: met voordeel iets aanwenden ; zijn voordeel met iets doen, het zich ten nutte maken ; — hij is in zijn voordeel veranderd, hij ziet er beter uit; — ten voordele van, ten bate van ; 2. eigenschap of omstandigheid ten gunste, die v&o...

Lees verder
1921
2021-01-25
Levende taal

T. Pluim - 1921

Voordeel

letterlijk: het deel, dat bij het kiezen vóór, d.i. het eerst genomen wordt, dus het beste; het andere was het nadeel. (Zie: Kiezen of deelen)

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOORDEEL

VOORDEEL - o. (-en), (oorspr.) voorste deel hetgeen iem. bij eene verdeeling vooruit ontvangt; — (thans) winst; met voordeel verkoopen; nut, profijt : met voordeel iets aanwenden; hij is in zijn voordeel veranderd, hij ziet er beter uit; zijn voordeel doen met iets, zich iets ten nutte maken; gunstige omstandigheid. VOORDEELTJE, o. (-s), wins...

Lees verder
1898
2021-01-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Voordeel

zie Baat.