voois (voos)
1. (Zang)wijs, melodie (van een lied); vand. ook: lied, deuntje; zijn eigen voois zingen, zijn eigen lied zingen; - iem. op de voois brengen, (oneig.) iem. op een idee brengen, aan iets doen denken. ’t Blondgezwollen beekje kabbelde en zong zijn eigen vooisje, gelijk het ieder voorjaar deed, BUYSSE 1924, 83. Hij loerde naar &rs...